ECLI:NL:RBUTR:2010:BL1913
Rechtbank Utrecht · 29-01-2010 · zaaknummer SBR 09-3494
Inhoudsindicatie
Nu in de APV 2008 in artikel 2:10 géén vergunningenstelsel is opgenomen, heeft verweerder het onderhavige verzoek om borden te mogen plaatsen ten onrechte opgevat als een aanvraag om vergunning. Het bestreden besluit is, voor zover daarbij is geweigerd een vergunning te verlenen, dan ook gebaseerd op een onjuiste wettelijke grondslag. De vraag of het plaatsen van aankondiging- en verwijsborden valt onder het verbod opgenomen in de Nadere regels kan eerst achteraf aan de orde kan komen in een eventueel handhavingsbesluit en in een bezwaar- of beroepsprocedure naar aanleiding van een dergelijk besluit. Uit oogpunt van proceseconomie en ter voorlichting van partijen wordt nog ingegaan op de vraag of verweerder een onderscheid mag maken tussen commerciële en niet-commerciële reclame en meer in het bijzonder commerciële handelsreclame mag verbieden.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
