ECLI:NL:RBUTR:2009:BK3124
Rechtbank Utrecht · 11-11-2009 · zaaknummer 612330 UC EXPL 09-1135 LH
Inhoudsindicatie
Omdat de arbeidsplaatsen van twee van haar werkneemsters komen te vervallen, verzoekt werkgeefster de kantonrechter om ontbinding van hun arbeidsovereenkomsten. Voorafgaand aan de plande zittingen bereiken partijen alsnog overeenstemming over de beëindiging van de arbeidsovereenkomsten en de in dat verband door werkgeefster verschuldigde vergoedingen. De ontbindingsprocedures worden pro forma voortgezet en leiden tot ontbindingen met ingang van een datum, gelegen bijna een maand na de overeengekomen beëindigingsdatum.Met toepassing van artikel 16 WW weigert daarna het UWV om de werkloosheidsuitkeringen van de werkneemsters eerder te laten ingaan dan nadat de fictieve opzegtermijn, aanvangend bij rechterlijke ontbinding, is verstreken.Werkneemsters komen tegen die UWV-beslissingen niet op, maar vorderen het loon over de maand die zij aldus aan WW zijn misgelopen.De kantonrechter stelt hen (in verzet) in het ongelijk, omdat de arbeidsovereenkomsten door het wederzijds goedvinden reeds zijn geëindigd en aan werkgeefster het - onjuiste - standpunt van het UWV niet kan worden tegengeworpen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
