ECLI:NL:RBUTR:2009:BK0017
Rechtbank Utrecht · 14-10-2009 · zaaknummer 602188 UC EXPL 08-16665 LH
Inhoudsindicatie
Werkneemster vordert vergoeding voor tijdens ziekte opgebouwde, maar niet genoten vakantiedagen en beroept zich daarvoor op de Europese richtlijn 2003/88/EG en het arrest van het Hof van Justitie EG van 20 januari 2009 (Schultz-Hoff). De kantonrechter wijst de vordering (grotendeels) toe, waarbij artikel 7:635 lid 4 in verbinding met artikel 7:638 BW naar de ratio van de richtlijn wordt uitgelegd. Nu werkgeefster de minimum jaarlijkse vakantie tijdens de ziekte van werkneemster niet heeft vastgesteld, is het beroep op artikel 7:635 lid 4 BW onder de gegeven omstandigheden in strijd met het goed werkgeverschap en naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. De waarde van de vakantiedagen wordt berekend naar de hoogte van het loon, waarop recht bestond in de periode waarin de vakantie is opgebouwd, en waarin deze normaliter ook zou zijn genoten.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
[eiseres]
eiser · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
