ECLI:NL:RBUTR:2009:BI3568
Rechtbank Utrecht · 13-05-2009 · zaaknummer 202784 / HA ZA 05-2186..
Inhoudsindicatie
De rechtbank heeft op 13 mei 2009 eindvonnis gewezen in het geschil tussen stichting Koersplandwegkwijt en Spaarbeleg (thans Aegon) inzake een woekerpolis. De rechtbank komt tot het oordeel dat ten aanzien van de Koersplanovereenkomsten die zijn aangevangen tussen 1991-1998 er geen wilsovereenstemming bestond over de hoogte van de premie van de overlijdensrisicoverzekering. Op verzoek van beide partijen heeft de rechtbank de hoogte van de premie alsnog vastgesteld. Hierbij hebben de uitgangspunten uit de Aanbeveling van maart 2008 van de Ombudsman Financiele Dienstverlening een rol gespeeld. Volgens de Aanbeveling mag de premie niet hoger zijn dat de premie voor een vergelijkbaar risico bij een zelfstandige risicoverzekering. Het door Koersplandewegkwijt aangevoerde voorbeeld van een andere verzekering, waarbij de premie 1,66% bedroeg in plaats van 11,90% van het Koersplan, is door Spaarbeleg in onvoldoende mate weersproken. Ook heeft Spaarbeleg onvoldoende inzicht gegeven in de inrichting van het product. Dit betekent dat Spaarbeleg de Koersplanovereenkomsten uit die periode moet herberekenen waarbij als uitgangspunt een premie van 1,66% heeft te gelden. De vordering inzake misleiding is door de rechtbank afgewezen omdat door de premievaststelling een mogelijke misleiding is weggenomen. De rechtbank wijst erop dat het vonnis uitsluitend geldt tussen stichting Koersplandwegkwijt en Spaarbeleg omdat het om een collectieve actie gaat. De individuele deelnemers kunnen zich dus niet rechtstreeks op het vonnis beroepen.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
