ECLI:NL:RBUTR:2006:AW4860
Rechtbank Utrecht · 05-04-2006 · zaaknummer 210412/FA RK 06-1609
Inhoudsindicatie
Voorwaardelijke machtiging; het enkele feit dat betrokkene in de stukken als zwakbegaafd wordt aangemerkt rechtvaardigt op zich nog niet de conclusie dat hij niet dan wel niet voldoende in staat zou zijn zijn wil te bepalen, temeer nu gebleken is dat betrokkene al geruime tijd onder voorwaarden buiten de instelling verblijft en klaarblijkelijk in staat is geweest tot het begrijpen en naleven van de voorwaarden die gesteld zijn aan het verblijf buiten de instelling. Ook in het licht van het verruimde criterium in het ontwerp van wet tot wijziging van de Wet BOPZ zijn er gronden om ervan uit te gaan dat in het onderhavige geval aan de voorwaarden voor het verlenen van een voorwaardelijke machtiging is voldaan.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- G.W. Kruijt
- J.C. Herweijer
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
