ECLI:NL:RBUTR:2003:AK3479
Rechtbank Utrecht · 12-09-2003 · zaaknummer 16/300175-03
Inhoudsindicatie
Niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan verdachte onder primair, subsidiair, meer subsidiair en meest subsidiair is ten laste gelegd. De rechtbank overweegt ten aanzien van het bewijs dat er gerede twijfel bestaat omtrent de betrokkenheid van verdachte bij het ten laste gelegde. Deze twijfel is gebaseerd op de volgende feiten en omstandigheden: * Verdachte is weliswaar op de avond van de schietpartij in de omgeving van de woning van medeverdachte H. V. geweest, maar hij is niet in de woning zelf geweest. * Verdachte heeft op 21 december 2002 meermalen telefonisch contact gehad met zijn vader en medeverdachte H. V.. Echter, uit de aard van het contact met zijn vader en de aard van de gesprekken is niet gebleken dat verdachte op de hoogte was van gemaakte afspraken omtrent het ten laste gelegde. De verdachte dient derhalve te worden vrijgesproken.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
