ECLI:NL:RBUTR:2003:AI1639
Rechtbank Utrecht · 27-08-2003 · zaaknummer 142174/HAZA 02-396
Inhoudsindicatie
De vraag die in dit verband primair dient te worden beantwoord is of de door VFG en Inexco gemaakte afspraak zoals verwoord in artikel 8.2 van de overeenkomst (en de daarop gebaseerde prijsverhogingen die in deze procedure ter discussie staan) nietig is (zijn) indien zou komen vast te staan, zoals door Laurus gesteld, dat de Nederlandse zuivelproducenten zich ten tijde van de prijsverhogingen in een ingevolge artikel 81 EG verboden kartel hadden verenigd en in dat kader een gemeenschappelijk prijsbeleid voerden. De rechtbank is van oordeel dat deze vraag ontkennend dient te worden beantwoord en overweegt daartoe als volgt. Door Inexco is, onweersproken, gesteld dat zij indertijd op geen enkele wijze betrokken was bij het door Laurus gestelde prijskartel. Inexco stelt voorts dat de enkele afstemming van haar met VFG overeengekomen prijzen op de prijsontwikkeling binnen de Nederlandse Zuivelindustrie, zelfs indien die prijsontwikkeling gebaseerd zou zijn op een ongeoorloofd gemeenschappelijk prijsbeleid (hetgeen Inexco betwist), nog geen strijd oplevert met het mededingingsrecht. Laurus acht deze afstemming daarentegen nietig en voert daartoe twee argumenten aan: A door doelbewust aansluiting te zoeken bij de gestelde kartelprijs heeft Inexco aangegeven in te stemmen met die kartelafspraak en daaraan uitvoering gegeven, hetgeen deze aansluiting, verwoord in artikel 8.2. van de overeenkomst, nietig maakt; B artikel 8.2 bouwt voort op een nietige kartelafspraak en is eveneens nietig nu artikel 81 EG van openbare orde is. Er van uitgaande dat Inexco gedurende de looptijd van de overeenkomst geen lid was van een verboden kartel binnen de Nederlandse Zuivelindustrie, noch op enigerlei wijze partij was bij een overeenkomst in kartelrechtelijke zin, zou de afstemming van de prijzen in de overeenkomst op de prijsontwikkeling binnen de Nederlandse Zuivelindustrie, gezien de gestelde feiten, naar het oordeel van de rechtbank slechts dan in strijd kunnen worden geacht met het bepaalde in artikel 81 EG, indien deze afstemming zou kunnen worden getypeerd als een onderling afgestemde feitelijke gedraging. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van zo'n onderling afgestemde feitelijke gedraging geldt als uitgangspunt dat parallel marktgedrag op zichzelf geen onderling afgestemde feitelijke gedraging oplevert in de zin van artikel 81 EG. Vereist is dat er sprake is van een vorm van coördinatie tussen ondernemingen die, zonder dat het tot een eigenlijke overeenkomst komt, de risico's van onderlinge concurrentie bewust vervangt door een feitelijke samenwerking. Voor het aannemen van een dergelijke coördinatie is voldoende dat concurrenten samenkomen om informatie uit te wisselen over hun voorgenomen marktgedrag. Niet gesteld of gebleken is dat van een onderling afgestemde feitelijke gedraging tussen Inexco en de Nederlandse Zuivelindustrie in de hiervoor bedoelde zin sprake is geweest. Uit de overgelegde correspondentie volgt veeleer dat de Nederlandse Zuivelindustrie op enig moment onder de prijzen van Inexco is gedoken teneinde Inexco gericht te beconcurreren. Het handelen van Inexco kan dan ook niet als in strijd met de openbare orde worden getypeerd. Evenmin is gebleken dat artikel 8.2 in strijd met de openbare orde moet worden geacht omdat daarmee beoogd is uitvoering te geven aan een nietig prijsbeleid. Kern van het door Laurus gestelde nietige prijsbeleid is dat concurrenten van Inexco zich, naar het oordeel van Laurus, jegens elkaar verbonden hebben een overeengekomen prijs aan hun afnemers door te berekenen. Dat partijen hieraan door middel van artikel 8.2 uitvoering hebben willen geven is niet gebleken. Het in artikel 8.2 bepaalde ziet immers niet op levering door partijen aan derden. Bovendien is door Inexco onweersproken gesteld dat artikel 8.2 in de overeenkomst is opgenomen om te voorzien in de mogelijkheid tot prijswijziging van de te leveren melkproducten gedurende de looptijd van de overeenkomst teneinde de tussen hen geldende prijzen actueel te houden, zonder de concurrentiepositie ten opzichte van de met de Nederlandse Zuivelindustrie te verliezen. Enig ongeoorloofd verband tussen een mogelijk nietig prijsbeleid en de onderhavige bepaling is derhalve niet aannemelijk gemaakt.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
