ECLI:NL:RBUTR:2003:AI0946
Rechtbank Utrecht · 06-08-2003 · zaaknummer 145544/HAZA 02-939
Inhoudsindicatie
Krachtens de UCP-bepalingen dient de bank waaraan betaling onder een documentair krediet respectievelijk een "Letter of Credit" wordt verzocht, de hiertoe aangeboden documenten te onderzoeken "with reasonable care, to ascertain whether or not they appear, on their face, to be in compliance with the terms and conditions of the Credit". Deze bepaling dient aldus te worden verstaan dat de bank de aangeboden documenten niet zelfstandig aan een inhoudelijk onderzoek van betekenis behoeft te onderwerpen, maar enkel - zij het "with reasonable care" - dient na te gaan of die documenten op grond van hun uiterlijk voorkomen - namelijk "on their face" - beantwoorden aan de "terms and conditions" van de "Letter of Credit", derhalve aan de in de "Letter of Credit" genoemde documenten. Nu vaststaat dat één van de in de LoC vermelde documenten, namelijk de "unconditional retention bond", niet is aangeboden, mocht de Rabobank, vaststellende dat de andere in de LoC vermelde documenten wél waren aangeboden, op grond van het ontbreken van de "unconditional retention bond" concluderen dat de overgelegde documenten "on their face" - afgaande op hun voorkomen - incompleet waren en daarom niet beantwoordden aan de "terms and conditions" van de LoC. Uit het feit dat niet was voldaan aan de voorwaarden van de LoC, mocht de Rabobank voorts concluderen dat zij niet gehouden was om tot betaling daaronder over te gaan, althans niet totdat vóór het verstrijken van het geldigheidsduur van de LoC alsnog aan die voorwaarden zou zijn voldaan (door overlegging van een "unconditional retention bond"). Voorts diende de Rabobank krachtens de UCP-bepalingen binnen "a reasonable time, not to exceed seven banking days following the day of receipt of the documents" zich ervan te vergewissen of de aangeboden documenten beantwoordden aan de LoC en het NOB van haar bevindingen in kennis te stellen. Onder "banking day" dient te worden verstaan een dag waarop banken normaal gesproken zijn geopend. Vaststaat dat het NOB op 20 augustus 2001 (enige) documenten genoemd in de LoC heeft aangeboden aan de ABN AMRO, die door de Rabobank als "Advising Bank" was ingeschakeld, zodat - naar tussen partijen niet in geschil is - die datum ook als datum van aanbieding aan de Rabobank heeft te gelden. Vaststaat voorts dat de Rabobank naar aanleiding van de aangeboden documenten op 27 augustus 2001 het onder 2.8. aangehaalde "SWIFT"-bericht heeft doen uitgaan aan de ABN AMRO, die vervolgens het NOB in kennis heeft gesteld van de betalingsweigering van de Rabobank. In aanmerking nemende dat 25 en 26 augustus 2001 een zaterdag en een zondag betroffen en derhalve geen "banking days" waren, kan niet worden gezegd dat de Rabobank door de verzending van dit "SWIFT"-bericht op 27 augustus 2001 - waarbij het NOB tot de "expiry date" van de LoC nog vier dagen restten om alsnog een (eventueel op ƒ 0,- gestelde) "unconditional retention bond" aan te bieden - de zojuist genoemde termijn van "a reasonable time, not to exceed seven banking days (…..)" heeft overschreden.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
