ECLI:NL:RBUTR:2003:AH8731
Rechtbank Utrecht · 25-06-2003 · zaaknummer 130241/HAZA 01-968
Inhoudsindicatie
De rechtbank heeft uit de uitvoerige toelichting van de deskundigen ter zitting begrepen dat zij, vanwege de onduidelijkheid die tussen partijen bestaat omtrent de werkelijke oppervlakte van het onteigende, alsmede het gegeven dat het onteigende deel uitmaakt van het erf van [gedaagde] en zich dientengevolge moeilijk afzonderlijk laat taxeren, ervoor hebben gekozen de in beginsel noodzakelijke afzonderlijke vaststelling van de schade-elementen (waarde van het onteigende en de waardevermindering van het overblijvende) achterwege te laten. De rechtbank kan zich vinden in de door de deskundigen gekozen benadering om de schadeloosstelling te begroten. Genoegzaam is immers komen vast te staan dat naast de werkelijke waarde van het onteigende ook een waardevermindering van het overblijvende moet worden vergoed, terwijl de vaststelling van ieder schade-element afzonderlijk wel, maar de vaststelling van de som van beide elementen niet op bezwaren stuit (zie HR 18 maart 1998, NJ 1998,620).
Advocaten
- C. van Schaik
- J.C.N.B. Kaal
- L.A.M. van Kippersluis
- M.M.H.J. Vroemen
Partijen
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
