ECLI:NL:RBUTR:2002:AE8402
Rechtbank Utrecht · 18-09-2002 · zaaknummer SBR 02/1529 VV
Inhoudsindicatie
1. Suikerfabrikant is geen bestuursorgaan als bedoeld in art. 1:1.1.b Awb, nu sluiten van overeenkomst tot levering van bieten geen uitoefening van overheidstaak betreft. 2. Verzoekster veroordeeld in proceskosten die verweerster heeft moeten maken door toedoen van verzoekster. Naar aanleiding van een brief van verzoekster (Akkerbouw Promotie Projecten) met het verzoek aan verweerster te bevestigen dat zij met verweerster een leveringscontract heeft voor suikerbieten tegen een door de Europese Gemeenschap vastgestelde minimumprijs heeft verweerster meegedeeld dat zij zich tot geen enkele reactie op de brief van verzoekster verplicht acht. Uit art. 32 e.v. van het EG-Verdrag en de EG-Verordening 1260/2001 blijkt dat het een overheidstaak is om de aan Nederland toebedeelde suikerquota te verdelen over de suikerfabrikanten. Daarnaast blijkt dat als er sectorale overeenkomsten en/of contracten tussen verkoper en koper van suikerbieten worden gesloten, deze aan bepaalde voorwaarden moeten voldoen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter blijkt daaruit echter niet dat op zich het sluiten van een overeenkomst met een bietenteler tot levering van bieten die onder de aan Nederland toegekende suikerquota vallen, de uitoefening van een uit de EG-verordening voortvloeiende overheidstaak betreft. Dat in het Suikersysteem 2002, een sectorale overeenkomst, bepalingen zijn opgenomen met betrekking tot de wijze waarop die verdeling plaatsvindt, doet aan het voorgaande niet af. Het Suikersysteem 2002 is naar het oordeel van de voorzieningenrechter een privaatrechtelijke regeling. Het Suikersysteem 2002 is immers tot stand gekomen na onderhandeling tussen vertegenwoordigers van de bietentelers en de suikerfabrikanten en wordt derhalve niet eenzijdig vastgesteld door of namens de suikerfabrikant(en), de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij of enig ander bestuursorgaan. In dit geval is sprake van zodanige omstandigheden dat termen aanwezig zijn om verzoekster in de proceskosten van verweerster te veroordelen. Daarbij is van doorslaggevend belang geacht dat verweerster geen bestuursorgaan in de zin van de Awb is en dat het gelet hierop onredelijk moet worden geacht de kosten die verweerster in deze voorlopige-voorzieningenprocedure heeft moeten maken door toedoen van verzoekster voor rekening van verweerster te laten. CSM Suiker B.V., verweerster. mr. J. Ebbens
Rechters
Advocaten
- J.T. Fuller
- N. Tollenaar
- S.B. Noë
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
