Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBUTR:2002:AE0332

Rechtbank Utrecht · 15-03-2002 · zaaknummer SBR 01/112

BestuursrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Peildatum overgangsrecht; bestemmingsplan wordt niet in gedeelten onherroepelijk. Aanschrijving om gebruik van opstallen en gronden als herstelwerkplaats voor auto’s en stalling te beëindigen, onder oplegging van een dwangsom. Eiser heeft een beroep gedaan op de toepasselijkheid van het overgangsrecht. Ingevolge art. 32 van de planvoorschriften geldt voor het overgangsrecht met betrekking tot gebruik de datum waarop het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden. Het bestemmingsplan “Buitengebied 1996” is door gedeputeerde staten op 21 januari 1997 goedgekeurd en is ingevolge art. 28, zevende lid, ten tijde hier in geding achtste lid, van de WRO in werking getreden daags na afloop van de beroepstermijn. Niet gebleken is dat binnen de beroepstermijn bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend. Er is tegen het goedkeuringsbesluit echter wel beroep ingesteld. Uit het stelsel van de WRO volgt dat het bestemmingsplan derhalve wel in werking is getreden na het verstrijken van de beroepstermijn, maar toen nog niet onherroepelijk is geworden. Het bestemmingsplan is eerst met het Koninklijk Besluit van 5 maart 1999, waarbij is beslist op de tegen het goedkeuringsbesluit ingestelde beroepen, onherroepelijk geworden. Nu de planwetgever in art. 32, eerste lid, van de planvoorschriften het onherroepelijk worden - en dus niet de inwerkingtreding - van het plan - en dus niet van gedeelten van het plan - als peildatum heeft aangewezen voor het overgangsrecht met betrekking tot gebruik, is de datum van het Koninklijk Besluit van 5 maart 1999 de in deze zaak relevante datum. De rechtbank volgt verweerder niet in zijn stelling dat het bestemmingsplan voor die gedeelten waartegen geen beroep is ingesteld of kon worden ingesteld, met het goedkeuringsbesluit onherroepelijk is geworden. Dit volgt niet uit art. 28 WRO en zou bovendien impliceren dat gedeelten van één bestemmingsplan op verschillende momenten onherroepelijk worden. Dit is in strijd met het stelsel van de WRO en met de rechtszekerheid die burgers aan de planvoorschriften mogen ontlenen. Nu verweerder is uitgegaan van een onjuiste peildatum berust het bestreden besluit niet op een deugdelijke motivering. Burgemeester en wethouders van Leusden, verweerder. mr. V.M.M. van Amstel

Advocaten

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.