Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBUTR:2001:AB2662

Rechtbank Utrecht · 16-07-2001 · zaaknummer SBR 01/0508, 01/0601 en 01/0509 VV

BestuursrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

1. College voor Huisartsgeneeskunde en Verpleeghuisgeneeskunde (CHVG)is bestuursorgaan als bedoeld in art. 1:1, eerste lid onder b Awb; 2. Besluit CHVG op grond van art. 14, tweede lid sub c Wet BIG is ingevolge art. 8:2, aanhef onder a Awb uitgesloten van beroep. Goedkeuring door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (hierna: de Minister) van het besluit no. 7-2000 van 25 mei 2000 van het CHVG, waarbij de eisen voor de herregistratie van huisartsen opnieuw zijn vastgesteld. Eén van die eisen heeft betrekking op de regelmatige beroepsuitoefening ten behoeve van de herregistratie als specialist op het gebied van de huisartsgeneeskunde. Vast staat dat het bestreden besluit van de Minister een besluit is van een bestuursorgaan. Voorts staat vast dat het CHVG niet krachtens publiekrecht is ingesteld; het is immers een door de private rechtspersoon Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) ingesteld college. Het CHVG is wel een bestuursorgaan is in de zin van art. 1:1, eerste lid Awb, gelet op het feit dat de taak tot het vaststellen van de eisen voor herregistratie voor huisartsen aan haar is opgedragen op grond van art. 14, tweede lid, onder c op grond van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) en de daarop gebaseerde Regeling van de KNMG. Voor zover het deze taak betreft, merkt de rechtbank het CHVG dan ook aan als een college met enig openbaar gezag bekleed in de zin van art. 1:1, eerste lid, onder b Awb. Uit het systeem van de Wet BIG komt naar voren dat de wetgever ten aanzien van de registratie van specialismen binnen een beroep als genoemd in art. 3 Wet BIG, juist de bedoeling heeft gehad om een organisatie van beoefenaren van dat beroep de regels omtrent de herregistratie van specialisten te laten vaststellen, onder de voorwaarde van goedkeuring door de Minister. In die zin is het CHVG ten aanzien van de hiervoor omschreven taak met openbaar gezag bekleed en dienen zijn besluiten op dit gebied als besluiten van een bestuursorgaan te worden aangemerkt. Het besluit van het CHVG bevat zelf een of meer algemene, abstracte regels, die niet in de wet zijn vermeld en die zich lenen voor een herhaalde en concrete toepassing, telkens wanneer iemand vraagt om herregistratie als huisarts. Het besluit houdt daarmee regels in die het karakter hebben van materiële regelgeving ten aanzien van een ieder die voor herregistratie in aanmerking wil komen. Gelet hierop betreft het bestreden besluit van de Minister de goedkeuring van een besluit dat algemeen verbindende regels inhoudt. Op grond van het bepaalde in art. 8:2, aanhef en onder a, alsmede aanhef en onder c Awb zijn besluiten tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften en besluiten tot goedkeuring daarvan, beide uitgesloten van beroep. De rechtbank is niet bevoegd over te gaan tot inhoudelijke beoordeling van het geschil. De beroepen dienen reeds hierom niet-ontvankelijk te worden verklaard. De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het College voor Huisartsgeneeskunde en Verpleeghuisgeneeskunde (CHVG), verweerders. mrs. V.M.M. van Amstel, P.J.M.B. van der Beek-Gillessen, J. Ebbens

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.