Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBUTR:2001:AB0941

Rechtbank Utrecht · 12-03-2001 · zaaknummer SBR 98/709, 98/810 en 99/965

Bestuursrecht; Bestuursrecht; OmgevingsrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Heroverweging van verklaring van geen bezwaar in mandaat is in strijd met art. 10:3 Awb. Beroep gericht tegen nieuw besluit door verweerder op het bezwaarschrift tegen verweerders besluit van 26 september 1989, waarbij verweerder, onder vrijstelling als bedoeld in art. 19 Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO), vergunning heeft verleend ten behoeve van de verbouwing en uitbreiding van het winkel-woonhuis aan de [...]laan 18-20 te C. De ABRS heeft bij uitspraak van 16 december 1994 verweerders besluit van 11 februari 1993, houdende ondergrondverklaring van eisers bezwaar tegen de op 26 september 1989 verleende bouwvergunning, vernietigd. De rechtbank onderschrijft eisers standpunt dat de door het hoofd bureau Plantoetsing namens gedeputeerde staten na heroverweging gegeven verklaring van geen bezwaar van 9 februari 1999, onbevoegd is genomen. In de WRO is geen voorschrift aan te wijzen dat het in mandaat verlenen van een verklaring van geen bezwaar uitsluit. Ten aanzien van de vraag of de aard van de bevoegdheid zich verzet tegen in mandaat verlenen dan wel heroverwegen van een verklaring van geen bezwaar verwijst de rechtbank naar de uitspraak van de ABRS van 1 mei 2000, ECLI:NL:RVS:2000:AA5800, waarin is overwogen dat slechts in die gevallen waarin sprake is van een niet ingrijpende inbreuk op de bestaande planologische situatie mandaatverlening aanvaardbaar kan worden geoordeeld. In casu is geen sprake van een wijziging van ondergeschikt belang, terwijl gedeputeerde staten op grond van de mandaatregeling in het geheel geen kennis hebben genomen van de heroverweging van de verklaring van geen bezwaar. Het hoofd bureau Plantoetsing van de provincie Utrecht was dan ook niet bevoegd in mandaat de heroverweging van de verklaring van geen bezwaar te geven. De rechtbank merkt hierbij op dat het hier weliswaar niet gaat om een verklaring van geen bezwaar, maar om een heroverweging van die verklaring. Dit doet echter niet af aan haar oordeel. Juist nu het eerder genomen besluit op bezwaar door de ABRS is vernietigd met daarbij de uitdrukkelijke overweging dat verweerder nauwkeurig de inpassing in de voorgenomen bestemming dient te onderzoeken en derhalve het besluit dient te voorzien van een planologische onderbouwing, raakt het afgeven van deze verklaring de kern van de bevoegdheid van gedeputeerde staten. Verweerder had dan ook geen gebruik mogen maken van die verklaring. Op die grond komt het besluit op bezwaar van 26 maart 1999 (besluit I) wegens strijd met art. 10:3, eerste lid Awb voor vernietiging in aanmerking. Burgemeester en wethouders van Amersfoort, verweerders. mrs. J. Ebbens, G.C. van Gelein Vitringa-Boudewijnse, V.M.M. van Amstel

Advocaten

  • D.M. de Feijter
  • G.A. Schoonderbeek
  • J.W.M. Kroes
  • W.I. Togtema

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.