ECLI:NL:RBSHE:2012:BY5200
Rechtbank 's-Hertogenbosch · 22-11-2012 · zaaknummer AWB 12/3121
Inhoudsindicatie
De beëindiging van de bijstandsuitkering met ingang van 6 augustus 2012 is een belastend besluit, waarbij op verweerder de bewijslast rust om te onderbouwen dat verzoeker met ingang van die datum geen recht meer heeft op bijstand. Van die onderbouwing is naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende gebleken. Het besluit is alleen gebaseerd op de opgave van verzoeker op het vakantiemeldingsformulier, waaruit niet anders blijkt dan dat verzoeker op 6 augustus 2012 – een dag na de dag waarop de vier weken termijn zou aflopen - terug zou keren. Er is geen enkel aanknopingspunt dat verzoeker ook daarna nog in het buitenland zou verblijven en ook daadwerkelijk heeft verbleven, of dat hij om andere redenen niet in aanmerking zou komen voor bijstand. Ter zitting heeft verweerder meegedeeld dat beëindiging van de bijstandsuitkering bij enige - ook een geringe - overschrijding van de toegestane vakantieduur op grond van jurisprudentie van de CRvB mogelijk is en dat beëindiging ook mogelijk is naar aanleiding van, en op grond van, een ontvangen vakantieopgaveformulier waarbij wordt geconstateerd dat de termijn overschreden zal gaan worden. Verweerder heeft echter geen voorbeeld kunnen geven van deze jurisprudentie. Ook de voorzieningenrechter heeft in de jurisprudentie van de CRvB geen steun gevonden voor het standpunt van verweerder. Uit de uitspraak van de CRvB van 1 december 2008, LJN: BG6745, volgt eerder iets anders, namelijk dat er in geval van overschrijding van de toegestane vakantieduur altijd een nadere afweging dient plaats te vinden voordat een rechtsgevolg aan die overschrijding wordt verbonden. In het kader van die afweging dient te worden vastgesteld hoe lang iemand nu precies daadwerkelijk in het buitenland is geweest, hoe groot de overschrijding is, en wat de redenen voor de overschrijding waren. Daarna dient, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, het rechtsgevolg te worden gekozen, waarbij de CRvB verschillende mogelijkheden noemt, te weten een verlaging, beëindiging of ontheffing van bijstand. Dat rechtsgevolg dient dus proportioneel te zijn gelet op de omstandigheden van het geval. In dit geval is in het geheel geen nadere afweging verricht en heeft in feite geen enkele proportionaliteitsbeoordeling plaatsgevonden. Immers, er is zuiver en alleen op basis van de opgave vooraf van de betrokkene besloten tot beëindiging, zonder enig nader onderzoek en enige nadere afweging.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
