Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSHE:2012:BY2208

Rechtbank 's-Hertogenbosch · 31-10-2012 · zaaknummer 243720 - HA ZA 12-196

Civiel rechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Eiser heeft Aannemingsbedrijf Berntsen & Braam B.V. (hierna te noemen: “de hoofdaannemer”) opdracht gegeven tot het uitvoeren van diverse bouwwerkzaamheden aan zijn woning, waaronder begrepen de renovatie van het dak. De hoofdaannemer heeft de werkzaamheden aan het dak in onderaanneming uitbesteed aan gedaagde. Gedaagde heeft zich vervolgens diverse malen bij de hoofdaannemer beklaagd over lekkages en vochtproblemen en zich op het standpunt gesteld dat deze lekkages en vochtproblemen worden veroorzaakt doordat de werkzaamheden aan het dak niet goed zijn uitgevoerd. Gedaagde stelt hoofdaannemer aansprakelijk en dient, nadat hoofdaannemer failliet is verklaard vordering ter verificatie in in het faillissement. De curator verkoopt vervolgens ‘de vordering van de hoofdaannemer op Adriaans uit hoofde van de overeenkomst van onderaanneming die de hoofdaannemer met Adriaans heeft gesloten, waaronder begrepen de schadevergoedingsvordering van de hoofdaannemer op grond van wanprestatie door Adriaans en alle daarmee samenhangende vorderingen’ aan eiser. Eiser stelt gedaagde vervolgens aansprakelijk uit hoofde van toerekenbare tekortkoming. Gedaagde stelt dat eiser hoogstens nakoming van de overeenkomst van onderaanneming kan vorderen. Het recht op aanvullende en vervangende schadevergoeding is namelijk geen nevenrecht dat bij een cessie overgaat op de nieuwe schuldeiser. De rechtbank is van oordeel dat een vorderingsrecht tot vervangende schadevergoeding wegens niet-nakoming geen nevenrecht is. Het recht op vervangende schadevergoeding treedt immers in de plaats van het recht op nakoming. De verkrijger van een vordering tot nakoming is evenwel als rechthebbende van deze vordering bevoegd deze om te zetten in een vordering tot vervangende schadevergoeding. De rechtbank oordeelt voorts dat het recht op aanvullende schadevergoeding zelfstandig is overgedragen aan eiser. De rechtbank verwerpt de stelling van eiser dat gedaagde onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld. De door eiser aan gedaagde verweten onrechtmatige daad bestaat in wezen uit niets anders dan het verwijt dat gedaagde toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verbintenissen uit hoofde van de overeenkomst van onderaanneming. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 20 januari 2012 (NJ 2012/59) vooropgesteld dat een wanprestatie van de onderaannemer jegens de hoofdaannemer op zichzelf nog geen onrechtmatige daad jegens de opdrachtgever oplevert. Enkel onder bijzondere omstandigheden zal de onderaannemer niet alleen toerekenbaar tekortschieten jegens de hoofdaannemer, maar ook handelen in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid en dus onrechtmatig jegens de opdrachtgever. Het enkele feit dat gedaagde, naar eigen zeggen in samenspraak met de hoofdaannemer, van de tekeningen van de architect is afgeweken, is daarvoor naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende. Gesteld noch gebleken is dat het voor gedaagde kenbaar had moeten zijn dat de van de tekeningen van de architect afwijkende wijze van uitvoering dusdanig gebrekkig was dat dit zou leiden tot ernstige schade voor de opdrachtgever.

Advocaten

  • A.J. Aldenhoven
  • F.A.M. Knüppe

Partijen

  • [gedaagde]

    gedaagde · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.