ECLI:NL:RBSHE:2012:BW8792
Rechtbank 's-Hertogenbosch · 20-06-2012 · zaaknummer AWB 12/686
Inhoudsindicatie
Besluit tot verlening van een vergunning op grond van de APV voor het houden van een kermis, genaamd Park Hilaria. Het bezwaar van eiser daartegen is ongegrond verklaard. Eiser heeft aangevoerd dat Park Hilaria moet worden aangemerkt als een inrichting in de zin van de Wm en dat de vergunning aan de bij of krachtens die wet gestelde regels moet voldoen. Over die beroepsgrond overweegt de Rb. als volgt. Ingevolge art. 1.1 Wm wordt onder inrichting verstaan: elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht. Een activiteit wordt dus pas beschouwd als een inrichting als aan alle drie genoemde criteria wordt voldaan. Daargelaten of Park Hilaria voldoet aan de criteria dat sprake is van een door de mens bedrijfsmatig ondernomen bedrijvigheid en de ligging en omvang van het terrein voldoende nauwkeurig zijn begrensd, moet in ieder geval worden geoordeeld dat niet wordt voldaan aan het derde criterium ‘pleegt te worden verricht’. In dit criterium ligt besloten dat de activiteit gedurende een zekere periode of met een zekere regelmaat wordt verricht. Activiteiten die binnen een kort tijdsbestek worden verricht, voldoen niet aan het criterium. Park Hilaria vindt binnen een periode (inclusief opbouw en afbraak) van circa 21 dagen plaats en heeft daarmee een dermate korte duur dat niet aan het derde criterium wordt voldaan. In de omstandigheid dat Park Hilaria een jaarlijks terugkerend evenement is, ziet de Rb. geen aanleiding voor een ander oordeel. De omvang, indeling en duur van Park Hilaria is de afgelopen jaren veel gewijzigd. Ter zitting is bovendien gebleken dat de locatie van Park Hilaria in de toekomst (na 2012) nog niet vast staat. Gelet op deze omstandigheden kan niet worden gesproken van één en dezelfde activiteit die met een zekere regelmaat wordt verricht. Park Hilaria is dus geen inrichting in de zin van art. 1.1 Wm, zodat de vergunning niet aan de bij of krachtens die wet gestelde regels hoeft te voldoen. Dit betekent dat deze beroepsgrond faalt.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de gemeente Eindhoven
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de gemeente Eindhoven
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
