ECLI:NL:RBSHE:2012:BW0983
Rechtbank 's-Hertogenbosch · 05-04-2012 · zaaknummer AWB 11-2797
Inhoudsindicatie
De rechtbank is van oordeel dat de deskundige zich in beginsel in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat bij de berekening van de ondergrens van de nadeelcompensatie in de vorm van een normaal ondernemersrisico van 15% van de omzet op jaarbasis de omzet van de gehele onderneming van eiseres dient te worden betrokken. De rechtbank acht het namelijk niet onredelijk om in het onderhavige geval waarin beide vestigingen een (deels) overlappend en vrij specifiek assortiment hebben en niet al te ver verwijderd van elkaar gelegen zijn als uitgangspunt te nemen de omzet van de gehele onderneming van eiseres, omdat eiseres in beginsel in staat kan worden geacht de schommelingen in omzet binnen de onderneming op te vangen. Echter, de rechtbank is met eiseres van oordeel dat verweerder bij de berekening van de ondergrens van de nadeelcompensatie in redelijkheid alleen dan de jaaromzet van de gehele onderneming van eiseres mag betrekken, indien het substitutie-effect zich heeft voorgedaan. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het substitutie-effect zich in het geval van eiseres heeft voorgedaan, nu van dat effect in het rapport van de deskundige geen melding wordt gemaakt en verweerder ook overigens niet aannemelijk heeft gemaakt dat genoemd effect zich heeft voorgedaan. De door verweerder ter zitting aangevoerde omstandigheid dat de beide vestigingen van eiseres een (deels) overlappend assortiment hebben acht de rechtbank, gelet op de gemotiveerde betwisting van het bestaan van het substitutie-effect door eiseres, onvoldoende. Verweerder zal nader dienen te (laten) onderzoeken of in het geval van eiseres het substitutie-effect zich heeft voorgedaan. Indien dat niet het geval blijkt te zijn, bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerder bij de berekening van de ondergrens van de nadeelcompensatie in de vorm van een normaal ondernemersrisico van 15% van de omzet op jaarbasis in redelijkheid de omzet van de gehele onderneming van eiseres mag betrekken. Verweerder zal dan bij bedoelde berekening in redelijkheid enkel uit mogen gaan van de omzetgegevens van de vestiging van eiseres in Eindhoven.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
