ECLI:NL:RBSHE:2011:BU3465
Rechtbank 's-Hertogenbosch · 29-09-2011 · zaaknummer 750520
Inhoudsindicatie
Loonvordering o.g.v. art. 7:628 BW. Partijen twisten over de vraag of het ontstaan van de minuren al dan niet voor rekening van werkgever behoort te komen. Als door Crito gesteld en door [werkneemster] niet betwist staat vast dat het binnen het bedrijf van Crito gebruikelijk is dat de werknemers in de minder drukke maanden minder uren werken, om dit in de drukkere periode te compenseren. Dat variabele werktijden horen bij het werk dat Crito verricht, blijkt ook uit artikel 7 van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat partijen gelet op artikel 7:628 BW, gelezen in samenhang met artikel 7 van de arbeidsovereenkomst, een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben om het aantal minuren niet te zeer te doen oplopen. Vast staat dat [werkneemster] reeds een aanzienlijk saldo aan minuren had, toen zij Crito verzocht om drie weken extra vakantie in augustus 2010. Gelet op het aantal minuren dat [werkneemster] reeds had, had zij er rekening mee behoren te houden dat zij nog eens 120 uren extra, niet zou kunnen inlopen met overwerk in de drukke periode. Nu [werkneemster] zelf om extra verlof heeft verzocht, kan dit niet voor rekening komen van Crito. Tot zover is de vordering van [werkneemster] niet toewijsbaar. Crito heeft gesteld dat sommige van haar werknemers in de piekperiode 70 tot 80 uur per week werken om hun gemiddelde arbeidsduur te behalen. [werkneemster] is echter op 21 januari 2011, in de drukke periode, ziek geworden. De kantonrechter acht het gelet op de eigen stellingen van Crito redelijk dat een werknemer met een fulltime dienstverband van 40 uur per week gedurende een beperkte periode in staat kan worden geacht gemiddeld ten minste 20 uur per week over te werken. Dit betekent dat [werkneemster] de mogelijkheid is onthouden circa 120 minuren te compenseren. Deze uren dienen aldus voor rekening van Crito te blijven. Nu partijen ieder 120 minuren voor hun rekening dienen te nemen, resteren 116 uur. Gelet op de hiervoor beschreven gezamenlijke verantwoordelijkheid van partijen, oordeelt dat kantonrechter dat partijen van deze uren ieder 50% voor hun rekening dienen te nemen, zijnde ieder 58 uur. De conclusie is dat Crito nog € 1.330,44 aan achterstallig loon dient te voldoen aan [werkneemster].
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
