Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSHE:2007:BA2132

Rechtbank 's-Hertogenbosch · 04-04-2007 · zaaknummer 109604 - EX RK 04-136

Civiel rechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De signalering van verzoeker in het SIS dient te worden verwijderd op de voet van artikel 111 van de Schengen Uitvoeringsovereenkomst. Vast staat immers dat deze signalering is gebaseerd op een strafrechtelijke veroordeling terzake van feiten waarvoor verzoeker reeds eerder bij onherroepelijk vonnis is veroordeeld en de hem daarbij opgelegde straf heeft ondergaan. Het vonnis van de rechtbank te Milaan van 23 november 1999 is in strijd met het in artikel 55 SUO neergelegde ne bis in idem beginsel. De op dit vonnis gebaseerde signalering dient derhalve te worden verwijderd. Verzoeker is zowel in Nederland als in Italië vervolgd terzake het aanwezig hebben van een bepaalde hoeveelheid heroïne op of omstreeks 27 maart 1983. Voorts is verzoeker in Nederland vervolgd terzake de invoer van heroïne vanuit Italië in Nederland eind maart 1983 en is hij in Italië vervolgd terzake de uitvoer van heroïne vanuit Italië naar Nederland eind maart 1983. Het gaat hier om dezelfde materiële feiten, zo stelt de rechtbank vast. Dat die feiten in beide staten een andere juridische kwalificatie hebben gekregen maakt zulks niet anders. Immers, het Hof van Justitie heeft in haar arrest van 28 september 2006 voor recht verklaard dat voor de toepassing van artikel 54 SUO de juridische kwalificatie van die feiten niet terzake doet wanneer sprake is van dezelfde materiële feiten. Ook de omstandigheid dat het gaat om verschillende hoeveelheden heeft, gezien de uitspraak van het Hof, nog niet tot gevolg dat van dezelfde feiten in de zin van artikel 54 SUO geen sprake is. Nu vast staat dat de vervolging door Italië betrekking heeft op dezelfde materiële feiten als waarvoor verzoeker eerder in Nederland vervolgd is geweest, dient het ervoor gehouden te worden dat sprake is van vervolging terzake dezelfde feiten in de zin van artikel 54 SUO. De stelling van verweerders dat het ne bis in idem beginsel desalniettemin in het onderhavige geval niet geldt omdat verzoeker terzake de invoer van een hoeveelheid heroïne vanuit Italië in Nederland op 26 maart 1983 is vrijgesproken en er derhalve terzake dit feit in Nederland geen berechting heeft plaatsgevonden, dient te worden verworpen in het licht van het arrest van het Hof van Justitie inhoudende dat het ne bis in idem beginsel zoals opgenomen in artikel 54 SUO ook toepassing dient te vinden op een beslissing van de justitiële autoriteiten van een overeenkomstsluitende staat waarbij een verdachte bij onherroepelijk vonnis is vrijgesproken omdat het feit niet is bewezen.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

Partijen

  • [verzoeker]

    verzoeker · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.