Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSHE:2003:AF8336

Rechtbank 's-Hertogenbosch · 23-04-2003 · zaaknummer AWB 02/86 WET

BestuursrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Art. 9 van de Regeling ondermandaat DGVH verdraagt zich niet met de rechtszekerheid. Onbevoegdelijk genomen besluit. Herziening toekenning van huursubsidie bij bestreden besluit in stand gelaten. Ter zitting is de vraag aan de orde gesteld naar de bevoegdheid van de directeur-generaal van de Volkshuisvesting om als gemandateerde van verweerder, te beslissen op het bezwaarschrift. Rechtbank: Uit de uitspraak van de ABRS d.d. 26 juni 2002, zaaknr. 200104374/1 ( LJN url(''AE4636'',../../uitspraak/showdetail_homepage.asp?ljn=AE4636) ) kan worden afgeleid dat een mandaat dat het aan de gemandateerde zelf overlaat om te bepalen wat de precieze omvang van het mandaat is, uit het oogpunt van rechtszekerheid niet aanvaardbaar is. De rechtbank volgt verweerder niet in zijn betoog dat een dergelijke situatie zich in het onderhavige geval niet voordoet. Blijkens de toelichting op art. 9 van de Regeling ondermandaat DGVH die gelijke bewoordingen kent als art. 3, eerste lid, aanhef en onder b, van de Regeling taken en bevoegdheden VROM 1998, is het aan de gemandateerde zelf om te beoordelen of er omstandigheden zijn die ertoe nopen dat het op grond van de aan hem toegekende bevoegdheid te nemen besluit op een hoger niveau wordt genomen, bijvoorbeeld omdat de te nemen beslissing belangrijke effecten heeft die uitgaan boven de voorliggende kwestie. De rechtbank vermag niet in te zien dat hierbij sprake is van de hantering van objectieve termen die bij de gemandateerde geen enkele onduidelijkheid laten bestaan over de omvang van zijn bevoegdheid. De rechtbank volgt verweerder evenmin in het standpunt dat de in art. 9, tweede lid, van de Regeling ondermandaat DGVH vervatte beperking van het mandaat gezien het gebonden karakter van besluiten op het gebied van de huursubsidieverlening feitelijk betekenisloos is. Tekst en toelichting van de Regeling bieden geen aanknopingspunten voor de stelling dat het mandaat beperkt is tot besluiten op grond van de HSW. Voorts zou wijziging van regelgeving of beleid kunnen leiden tot een grotere beleidsvrijheid of beoordelingsruimte voor de gemandateerde en daarmee tot wijziging in de omvang van het mandaat. Uit het hiervoor overwogene vloeit voort dat de in de Regeling taken en bevoegdheden VROM 1998 en de Regeling ondermandaat DGVH opgenomen mandaatregeling en ondermandaatregeling zich niet verdragen met de rechtszekerheid. Het besluit van 4 december 2001 is derhalve onbevoegdelijk genomen. Gegrond beroep. De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, verweerder. mrs. D.J. de Lange, J.W. Brunt, A.F.C.J. Mosheuvel Awb 10:2 Huursubsidiewet 7, 36.1.a Regeling taken en bevoegdheden VROM 1998 2.2, 3.1.b Regeling ondermandaat Directoraat-Generaal van de Volkshuisvesting 4, 9.2

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.