Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSHE:2002:AE6772

Rechtbank 's-Hertogenbosch · 11-07-2002 · zaaknummer AWB 00/1852

Bestuursrecht; Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

In acht nemen van uitlooptermijn bij verlaging WAO-uitkering; belangen van werknemer wegen zwaarder dan belangen van werkgever. De aan een werknemer van eiseres (hierna: de werknemer) toegekende WAO-uitkering is bij het bestreden besluit met ingang van 9 augustus 1999 onveranderd vastgesteld op 80 tot 100 % en met ingang van 31 januari 2000 op 35 tot 45 %. Verlaging van de uitkering heeft plaatsgevonden met inachtneming van een uitlooptermijn van twee maanden. Verweerder heeft aldus gehandeld in overeenstemming met de in de zogenaamde 'aanzegjurisprudentie' van de Centrale Raad van Beroep geformuleerde zorgvuldigheidseisen, thans neergelegd in artikel 1 van het Besluit einde wachttijd en uitlooptermijn WAO, WAZ en WAJONG 1999 (Stcrt 2000, 158) en het bepaalde onder b van de daarbij horende bijlage. De aan verweerder toe te rekenen onjuiste beoordeling in het primair besluit heeft tot gevolg gehad dat aan de werknemer over de periode van 9 augustus 1999 tot 31 januari 2000 uit zorgvuldigheidsoverwegingen een hogere uitkering moest worden toegekend dan waarop hij op medische en arbeidskundige gronden aanspraak had. Niet weersproken is dat eiseres hiervan nadeel ondervindt, omdat dit zal leiden tot een verhoging van de door haar te betalen gedifferentieerde premie WAO over de premiejaren 2001 en 2002. Anders dan eiseres is de rechtbank evenwel van oordeel dat dit er niet toe moet leiden dat - de eerdergenoemde regels inzake aanzegging en uitlooptermijn buiten toepassing latend - in casu voor de werknemer slechts aanspraak zou bestaan op een uitkering berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45 % met ingang van 9 augustus 1999. De rechtbank heeft hierbij in aanmerking genomen de ratio van de regels inzake aanzegging en uitlooptermijn, die er in gelegen is dat aan de werknemer van wie de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt ingetrokken of verlaagd een termijn dient te worden gegund om zich door het aanvaarden van werk of op andere wijze in te stellen op zijn nieuwe financiële situatie. De werknemer kan redelijkerwijs niet in staat worden geacht achteraf inkomen te genereren over een voorbije periode. De rechtbank is daarom van oordeel dat deze jegens de werknemer in acht te nemen zorgvuldigheidseisen in een geval als het onderhavige zwaarder dienen te wegen dan de zorgvuldigheid die verweerder jegens eiseres als mede-belanghebbende bij het besluit in acht dient te nemen en die meebrengt dat verweerder moet trachten te voorkomen dat eiseres schade lijdt als gevolg van dit besluit. Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder. mr. A.B.M. Hent

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.