ECLI:NL:RBSHE:2001:AB2045
Rechtbank 's-Hertogenbosch · 12-04-2001 · zaaknummer AWB 00/3743
Inhoudsindicatie
Indien een bestuursorgaan geen toepassing geeft aan de bevoegdheid als bedoeld in art. 4:5, eerste en vierde lid Awb kan het ontbreken van gegevens of bescheiden de aanvrager niet meer worden tegengeworpen. Beroep tegen ongegrond-verklaring van bezwaren tegen afwijzing verzoek om naturalisatie. Reden voor afwijzing is dat eiser niet heeft voldaan aan het verzoek om ten bewijze van zijn identiteit een gelegaliseerde geboorte-akte over te leggen. Vooropgesteld wordt dat in hoofdstuk 4 van de Rijkswet noch elders in de Rijkswet het beschikken over een gelegaliseerde geboorteakte als eis wordt gesteld om in aanmerking te komen voor naturalisatie. Verweerder kan evenwel niet de bevoegdheid worden ontzegd zich te vergewissen van de identiteit van de vreemdeling die om naturalisatie verzoekt. De artikelen 4:2, tweede lid en 4:5, eerste en vierde lid bezien in onderlinge samenhang, brengen mee dat, zolang een bestuursorgaan geen aanleiding ziet om toepassing te geven aan zijn bevoegdheid een aanvraag niet te behandelen wegens het ontbreken van gegevens of bescheiden die nodig zijn voor een juiste beoordeling ervan, de aanvrager ervan mag uitgaan dat het bestuursorgaan zijn aanvraag in dit opzicht volledig acht. Dit brengt mee dat, indien door het bestuursorgaan geen toepassing is gegeven aan art. 4:5 Awb en hij is overgegaan tot een inhoudelijke beoordeling van de aanvraag, het hem niet meer vrijstaat om bij die inhoudelijke beoordeling het ontbreken van de gegevens of bescheiden alsnog aan de aanvrager tegen te werpen. Een andere uitleg zou onvoldoende recht doen aan de in art. 4:5 Awb neergelegde waarborgen voor de aanvrager. De rechtbank stelt vast dat verweerder in casu geen toepassing heeft gegeven aan art. 4:5 en tot een inhoudelijke beoordeling van eisers naturalisatieverzoek is overgegaan. Door aldus te handelen heeft verweerder zich echter de mogelijkheid ontnomen aan eiser de onvolledigheid van zijn aanvraag tegen te werpen. Door evenwel aan zijn afwijzende beschikking het ontbreken van een gelegaliseerde geboorteakte ten grondslag te leggen heeft verweerder zulks in wezen toch gedaan en, dusdoende, gehandeld in strijd met de in de artikelen 4:2 en 4:5 Awb neergelegde regeling. Gegrond beroep. De Staatssecretaris van Justitie, verweerder. mr. W.C.E. Winfield
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
