Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSHE:2000:AA6103

Rechtbank 's-Hertogenbosch · 07-04-2000 · zaaknummer AWB 99/2592 AAW AWB 99/10475 AAW

Bestuursrecht; Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

LEI-indexcijfers kunnen i.c. gebruikt worden voor bepaling maatman-inkomen champignonkweker. Schatting van zelfstandige van 45-55% naar 25-35%, waarbij verweerder gebruik heeft gemaakt van de LEI-indexcijfers. Terugvordering teveel betaalde AAW-uitkering. Rb.: Aan eiseres kan worden toegegeven dat de door verweerder gebruikte LEI-cijfers in verhouding bijvoorbeeld tot de genoemde CBS-indexcijfers een sterk fluctuerend verloop kennen. Daarbij mag echter niet uit het oog worden verloren dat de ontwikkeling van de gezinsinkomens in landbouwbedrijven een overeenkomstig fluctuerend verloop kent in tegenstelling tot de ontwikkeling van de lonen welke veel geleidelijker verloopt. Naar het oordeel van de Rb. kan daarom niet worden gezegd dat de LEI-cijfers de ontwikkeling van de gezinsinkomens in landbouwbedrijven niet getrouw zouden weergeven. Bedacht dient te worden dat het hier gaat om een beredeneerde methode om vast te stellen wat een verzekerde met de uitoefening van zijn landbouwbedrijf zou hebben kunnen verdienen indien hij niet arbeidsongeschikt zou zijn geworden. Als blijkt dat de bedrijfsresultaten binnen de branche in een bepaald jaar zeer slecht zijn geweest, bestaat voldoende aanleiding te veronderstellen dat dit voor het bedrijf van de arbeidsongeschikt geworden verzekerde ook zou hebben gegolden. De Rb. verwijst naar de uitspraak van de CRvB van 15 mei 1998, 96/5023 AAW, waarin gebruik van de LEI-indexcijfers met zoveel woorden is aanvaard. Ook overigens is de Rb. van oordeel dat gebruik van de LEI-cijfers op zich niet tot onredelijke uitkomsten zou behoeven te leiden. Voorts overweegt de Rb. dat de problematiek in onderhavige casus voortvloeit uit het feit dat de ontwikkeling van het maatgevend inkomen overeenkomstig de LEI-cijfers op een bepaald moment wordt gefixeerd, waarna overeenkomstig de artt. 5 en 6 Schattingsbesluit de verdere ontwikkeling dient te worden bepaald aan de beduidend minder flucturende CBS-indexcijfers. Het moment van deze fixatie is willekeurig bepaald door de datum waarop in een geval als het onderhavige de laatste maal voor de inwerkingtreding van het Schattingsbesluit de mate van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld. Indien het maatgevend inkomen op laatstgenoemde datum is vastgesteld op het niveau van het minimumloon, zal dat maatgevend inkomen in de loop der tijd nooit meer boven genoemd minimumniveau uitkomen. Een en ander is evenwel niet het gevolg van het gebruik van LEI-cijfers ter actualisering van het maatgevend inkomen, maar van de invoering van het Schattingsbesluit. In dat besluit is geen regeling voor de onderhavige problematiek opgenomen. Het is niet aan de rechter om voor deze problematiek, samenhangend met de toepassing van dwingendrechtelijk voorschriften, een oplossing te vinden. Dat is een taak van de wetgever. Landelijk instituut sociale verzekeringen te Amsterdam, verweerder. mr. A.B.M. Hent

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.