ECLI:NL:RBSHE:2000:AA5661
Rechtbank 's-Hertogenbosch · 28-02-2000 · zaaknummer AWB 99/3359 WW
Inhoudsindicatie
Verzuim i.c. aan te merken als welbewust frauduleus handelen, zodat boeteoplegging van f 300,-- niet onevenredig is te achten. Boeteoplegging van f 300,-- wegens schending inlichtingenplicht ex art. 25 WW; op werkbriefje geeft eiseres 3 gewerkte weken aan terwijl zij er feitelijk 4 heeft gewerkt. Rb.: De stelling van eiseres dat er sprake is van een vergissing, omdat zij dacht dat zij maar drie weken hoefde op te geven, komt de Rb. niet aannemelijk voor. Immers op het werkbriefje dient het aantal gewerkte uren per dag te worden aangegeven. Eiseres heeft de gewerkte uren per dag in de weken 38, 39 en 40 nauwgezet vermeld. Niet goed valt in te zien waarom eiseres niet ook de gewerkte uren per dag, die betrekking hebben op week 41, heeft kunnen invullen. De Rb. acht het ongeloofwaardig dat eiseres op de dag van verzending van het werkbriefje, 12 oktober 1998, is vergeten dat zij in de daarvoor gelegen week 38 uur heeft gewerkt. De Rb. is dan ook van oordeel dat het verzuim van eiseres is aan te merken als welbewust frauduleus handelen, welk gedrag verwijtbaar is te achten en dermate ernstig is te achten dat een boete van f 300,-- daarmee niet in een onevenredig te achten verhouding moet worden geacht. De Rb. tekent in dit verband nog aan dat de omvang van het benadelingsbedrag in dit verband buiten beschouwing wordt gelaten en een eventueel (uiterst) gering benadelingsbedrag geen matigende invloed kan hebben, omdat dergelijk gedrag daarvoor te ernstig wordt geacht. Overigens is de Rb. van oordeel dat in dit geval niet gesproken kan worden van een gering benadelingsbedrag. De Rb. volgt de stelling van eiseres niet dat hier sprake is van een vergelijkbaar geval als in de uitspraak van de CRvB van 7 september 1999, gepubliceerd in USZ 1999/290. In dat geval betrof het een schending van de inlichtingenplicht die door de Raad is aangemerkt als een éénmalige, op zich wel verwijtbaar te achten vergissing, waarbij sprake was van een uiterst gering bedrag (f 22). De Raad oordeelde dat dit gedrag niet een dermate ernstige gedraging is te achten dat een boete van f 300,-- daarmee in een niet onevenredige verhouding zou staan. I.c. is de Rb., zoals hierboven overwogen, van mening dat niet gesproken kan worden van een vergissing. Beroep ongegrond. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen te Amsterdam, verweerder. mr. J.R. van Es-de Vries
Rechters
Advocaten
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
