ECLI:NL:RBSGR:2012:CA1567
Rechtbank 's-Gravenhage · 21-12-2012 · zaaknummer AWB 11/28799
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft de asielvergunningen van eiser voor bepaalde en onbepaalde tijd met terugwerkende kracht ingetrokken, omdat er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan misdrijven als genoemd in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Verweerder stelt dat uit dat onderzoek naar voren is gekomen dat eiser actief heeft deelgenomen aan de genocide in Rwanda in de periode van 6 april 1994 tot en met 19 juli 1994 en baseert zich daarbij op de inhoud van een individueel ambtsbericht en rapporten van African Rights en Rakiya Omaar. Uit het individuele ambtsbericht en de onderliggende stukken volgt dat er drie bronnen zijn die hebben bevestigd dat eiser deel uitmaakte van milities die misdrijven begingen in Nyanza. De rechtbank stelt vast dat niet blijkt wat de achtergrond van deze getuigen is, zoals hun eigen positie ten tijde van en na afloop van de genocide in Rwanda. Uit het ambtsbericht en de onderliggende stukken wordt voorts niet inzichtelijk waarop de getuigen hun informatie baseren. Zo blijkt niet of de verklaringen die zij over eiser hebben afgelegd gebaseerd zijn op eigen waarneming of dat zij zich baseren op wat zij van anderen hebben gehoord. De opgetekende verklaringen bevatten voornamelijk kwalificaties, zoals dat eiser bekend staat als een moordenaar, maar beschrijven geen concrete en verifieerbare feiten. De rechtbank wijst er op dat de veronderstelling dat eiser actief heeft deelgenomen aan genocide enkel is gebaseerd op getuigenverklaringen die jaren na de genocide zijn afgelegd. Gezien de ernst van de beschuldiging van deelname aan genocide, het tijdsverloop tussen de feiten en de bewijsverzameling en hetgeen algemeen bekend is over getuigenbewijs dat na de genocide in Rwanda is verkregen, dienen hoge zorgvuldigheidseisen aan die getuigenverklaringen te worden gesteld. Uit het Thematisch ambtsbericht over de ontwikkelingen ten aanzien van de vervolging, berechting en detentie van genocideplegers in en buiten Rwanda van 28 november 2011 (hierna: thematisch ambtsbericht) volgt dat veel getuigenverklaringen die zijn afgelegd over de genocide onbetrouwbaar zijn (zie pagina’s 45-47, ten aanzien van de Gacaca-processen). Nu uit het individueel ambtsbericht en de onderliggende stukken onvoldoende blijkt op welke wijze door het ministerie van Buitenlandse Zaken onderzoek is verricht naar de betrouwbaarheid van de bronnen en waarop de informatie die uit het individueel ambtsbericht naar voren komt is gebaseerd, is de rechtbank van oordeel dat het individueel ambtsbericht niet op voldoende inzichtelijke wijze tot stand is gekomen en niet volledig is. Verweerder heeft de tegenwerping van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag daarom niet op dit individueel ambtsbericht kunnen baseren. De rechtbank is van oordeel dat voornoemde rapporten van African Rights/ Rakiya Omaar eveneens onvoldoende grond vormen om eiser artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag tegen te werpen. Ook in deze rapporten zijn de verklaringen over eiser afkomstig van een beperkt aantal bronnen, van wie onduidelijk is wat hun achtergrond is en waarop zij hun informatie baseren. Het eerste en derde genoemde rapport bevatten voor een groot deel vrijwel dezelfde verklaringen met betrekking tot eiser en kunnen niet als verschillende bronnen met een zelfstandige bewijskracht worden gezien. Daarnaast valt op dat de vrijwel identieke verklaringen in de twee rapporten niet aan getuigen met identieke namen worden toegedicht. De bronnen in de rapporten verklaren bovendien dat eiser in Nyanza lid was van de militie de Dragons, terwijl de bronnen in het individueel ambtsbericht verklaren dat de Dragons niet in Nyanza opereerden. Een dergelijke tegenstrijdigheid in het bewijsmateriaal vereist naar het oordeel van de rechtbank een nadere verklaring, welke ontbreekt. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder de tegenwerping van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag evenmin heeft kunnen baseren op deze rapporten.
Advocaten
- P.L.E.M. Krauth
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
