Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2012:BZ3620

Rechtbank 's-Gravenhage · 09-11-2012 · zaaknummer AWB 12/238

BestuursrechtGepubliceerd 08-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Verblijfsrichtlijn, belemmering, voorkind. De rechtbank is van oordeel dat verweerder door eiseres een verblijfsrecht te onthouden, aan mevrouw [B], de echtgenote van de vader van eiseres, een belemmering voor de uitoefening van haar recht op vrij verkeer opwerpt, die in strijd is met het gemeenschapsrecht. De situatie in de onderhavige zaak onderscheidt zich ten opzichte van de casus die in de uitspraak LJN: BN6683 voor lag, nu mevrouw [B] en de heer [A] samen in het gastland hebben verbleven en zij daar ook zijn gehuwd en vervolgens samen naar Nederland zijn teruggekeerd. Dat de heer en mevrouw [A + B] eiseres niet reeds op dat moment hebben laten overkomen, maar het verzoek daartoe pas na terugkeer naar Nederland hebben ingediend, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om te oordelen dat er geen verband meer bestaat met de uitoefening van het recht op vrij verkeer van mevrouw [B] en er dus sprake zou zijn van een puur interne situatie. Zoals het Hof heeft overwogen is ook bij terugkeer door de Unieburger naar zijn land van herkomst sprake van het gebruikmaken van zijn rechten op vrij verkeer. Als zodanig heeft mevrouw [B] het recht haar gezinsleden mee terug te nemen naar Nederland. Tot deze gezinsleden behoort eiseres als (voor)kind. Aldus maakt eiseres onderdeel uit van het kerngezin als omschreven in artikel 2 van de Verblijfsrichtlijn en dit gezin is in het gastland is ontstaan. Daarom ligt haar aanvraag in het verlengde van deze terugkeer. De jurisprudentie van Hof met betrekking tot de analoge toepassing van de Verblijfsrichtlijn ter voorkoming van belemmeringen in de uitoefening van het recht op vrij verkeer van Unieburgers is dan ook op de onderhavige situatie van toepassing. Zoals volgt uit het arrest Eind (overweging 36) is al sprake van de situatie dat een burger van de Unie ervan zou kunnen worden weerhouden zijn land van herkomst te verlaten om van zijn recht op vrij verkeer gebruik te maken, bij het enkele vooruitzicht dat hij na terugkeer naar de lidstaat van herkomst niet meer met zijn naaste verwanten in gezinsverband zou kunnen samenleven. Naar het oordeel van de rechtbank is daarvan eveneens sprake indien na terugkeer de situatie ontstaat dat het (voor)kind van de echtgenoot waarmee de burger van de Unie in het gastland heeft verbleven, zich niet meer bij hen mag voegen. Volgens vaste jurisprudentie van het Hof (zie overweging 43 in arrest Eind) mag de communautaire regelgeving van afgeleid recht op het gebied van verplaatsing en verblijf niet restrictief worden uitgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank zou het weigeren van een verblijfsrecht aan eiseres ingaan tegen de bedoeling van de gemeenschapswetgever die het belang van bescherming van het gezinsleven van personen met de nationaliteit van de lidstaten voor de verwijdering van belemmeringen voor gebruikmaking van de door het Verdrag gegarandeerde fundamentele vrijheden, heeft erkend, zoals verwoord door het Hof in overweging 44 van het arrest Eind.

Advocaten

  • R.C. van Keeken
  • T.P.A. Weterings

Partijen

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.