ECLI:NL:RBSGR:2012:BZ0013
Rechtbank 's-Gravenhage · 12-12-2012 · zaaknummer AWB 11/10649 en AWB 11/10650
Inhoudsindicatie
3 EVRM medisch: ontbreken uitzonderlijke omstandigheden en dwingende redenen van humanitaire aard onvoldoende gemotiveerd. De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet inzichtelijk heeft gemaakt waarom in het geval van eisers’ dochter geen sprake zou zijn van uitzonderlijke omstandigheden en dwingende redenen van humanitaire aard die leiden tot schending van artikel 3 van het EVRM bij terugkeer. De enkele stelling dat zij zich onder de gegeven behandeling niet in een terminaal en direct levensbedreigend stadium van een ziekte bevindt, is gelet op bovenvermelde jurisprudentie van het EHRM onvoldoende motivering voor dat standpunt. Uit deze jurisprudentie blijkt dat het EHRM zaken steeds vergelijkt met de individuele omstandigheden in het arrest St. Kitts, maar ook dat het EHRM (zie rechtsoverweging 43 van het arrest N. tegen het Verenigd Koninkrijk) niet uitsluit that there may be other very exceptional cases where the humanitarian considerations are equally compelling, mits de hoge standaard uit het arrest St. Kitts blijft gehandhaafd. Verweerder heeft niet inzichtelijk gemaakt of en hoe hij alle omstandigheden van het individuele geval van eisers’ dochter heeft meegewogen, voordat hij besliste dat geen sprake is van uitzonderlijke omstandigheden en dwingende redenen van humanitaire aard. Ook in zoverre is het bestreden besluit dan ook onvoldoende gemotiveerd.
Rechters
Advocaten
- U. Koopmans
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
