Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2012:BY8759

Rechtbank 's-Gravenhage · 20-11-2012 · zaaknummer Awb 12-1030

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Ambtshalve stelt de Rb. de vraag aan de orde of eiser belang heeft bij de onderhavige asielprocedure nu hij ten tijde van zijn asielaanvraag een reguliere procedure had lopen die ten tijde van de sluiting van het onderzoek nog niet was afgesloten. Voor zover relevant luidt art. 30, lid 1 Vw 2000 als volgt: Een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in art. 28 wordt afgewezen indien: a. (…); b. de vreemdeling reeds rechtmatig verblijf heeft, als bedoeld in art. 8, onder a tot en met e of l; c. de vreemdeling eerder een aanvraag voor verlening van een verblijfsvergunning heeft ingediend waarop nog niet onherroepelijk is beslist en hij op grond van die aanvraag rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in art. 8 onder f, g en h. De in art. 30, lid 1, aanhef en onder b en c, Vw 2000 bedoelde situaties zijn die waarin de vreemdeling al een verblijfsvergunning heeft of een procedure heeft lopen terzake van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning of een bezwaarprocedure tegen afwijzing van de aanvraag. In de parlementaire geschiedenis van de wet is opgenomen: “Onderdeel b van artikel 28 komt overeen met artikel 15b, onder e, van de huidige wet. Ten opzichte van de huidige wet is alleen een verwijzing naar artikel 8, onder m, toegevoegd. Uitgangspunt van deze bepaling is dat zolang een vreemdeling met een verblijfsvergunning in Nederland verblijft hij beschermd is tegen uitzetting. Mocht zijn verblijfsvergunning niet worden verlengd of worden ingetrokken, dan kan hij op dat moment alsnog om asiel vragen. Op dat moment heeft hij immers een concreet belang om tegen uitzetting beschermd te worden en zal worden beoordeeld of hij die bescherming ook daadwerkelijk behoeft. Daarbij kan worden meegewogen of de vreemdeling een refugié sur place is” (TK, vergaderjaar 199-2000, 26732, nr. 7, p. 140), alsmede: “Het nieuwe onderdeel c leidt ertoe dat een aanvraag wordt afgewezen indien een vreemdeling op grond van een procedure over de (afwijzing van) een eerdere aanvraag rechtmatig in Nederland verblijft. Zolang de vreemdeling de uitkomst van deze procedure in Nederland mag afwachten verblijft hij rechtmatig in Nederland en is hij beschermd tegen uitzetting” (TK, vergaderjaar 1998-1999, 26732, nr. 3, p. 39). De situatie die in de voorliggende zaak aan de orde is, te weten een bezwaarprocedure tegen de intrekking van een eerder verleende reguliere verblijfsvergunning, is niet in art. 30 Vw 2000 opgenomen. De Rb. komt tot de slotsom dat eiser gedurende deze reguliere bezwaarprocedure geen rechtmatig verblijf heeft, zodat hij belang heeft bij de nu voorliggende asielprocedure. De Rb. vindt bevestiging voor deze opvatting in uitspraken van de ABRS van 21 april 2010 (LJN: BM2310) en van 26 oktober 2010 (LJN: BO2095). In deze zaken werd geoordeeld dat de vreemdelingen geen belang hadden bij hun asielberoepen omdat zij een reguliere vergunning hadden. De Afdeling merkt op dat dit belang alsnog kan ontstaan als de reguliere vergunning wordt ingetrokken.

Advocaten

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.