ECLI:NL:RBSGR:2012:BY6562
Rechtbank 's-Gravenhage · 22-10-2012 · zaaknummer 427621/ HA RK 12-556
Inhoudsindicatie
Verzoek tot wraking van bestuursrechter. Volgens verzoeker geeft de de rechter de indruk dat de uitspraak al vaststaat. Het punt van verweerder dat de eigen bijdrage terugbetaald is, wordt als vaststaand gepresenteerd terwijl het volgens verzoekster een schenking betreft. Tijdens de inleiding van deze zitting is gezegd dat er geen kosten zijn gemaakt en dat er geen rechten kunnen worden ontleend aan de media. De hele inleiding was vooringenomen. Er is gezegd dat er al een uitspraak van de meervoudige kamer ligt. Het gaat om de termen die zijn gebruikt en de manier van bejegening. Daaruit blijkt dat de rechter vooringenomen was. Ook werd door de rechter geen aandacht geschonken aan de juridische argumenten van verzoekster. Hetgeen verzoekster heeft gesteld over de uitlatingen van de rechter tijdens de zitting vindt steun in het proces-verbaal van de zitting zoals dat door de rechter is vastgesteld. Verzoekster had en kon naar het oordeel van de wrakingskamer door deze uitlatingen de indruk hebben dat zij onvoldoende ruimte kreeg om haar standpunt goed naar voren te brengen en dat de rechter haar oordeel over de voorliggende zaak reeds had gevormd en niet open stond voor argumenten die in een andere richting wezen. Hoewel de rechter heeft aangevoerd dat haar oordeel beslist niet klaar lag, heeft zij door hetgeen hiervoor is weergegeven ten aanzien van de door haar gehouden inleiding en de daarop gevolgde discussie wel de schijn van vooringenomenheid en partijdigheid gewekt. Dat de rechter heeft gewerkt volgens de zogenoemde nieuwe zaaksbehandeling maakt dit niet anders. Deze wijze van behandeling ter zitting mag er immers niet toe leiden dat bij één van partijen de indruk onstaat dat er onvoldoende ruimte wordt gegeven om het standpunt toe te lichten, althans dat bij één van partijen de vrees ontstaat dat hiertoe onvoldoende ruimte zal worden gegeven. Al het voorgaande tezamen leidt tot het oordeel dat de bij verzoekster bestaande vrees dat de rechter jegens haar een vooringenomenheid koestert objectief gerechtvaardigd is. Het wrakingsverzoek wordt toegewezen.
Rechters
Advocaten
- A.M.H. van der Poort-Schoenmakers
- E.I. Batelaan-Boomsma
- H.M.D. de Jong
- I.D. Bellaart
- R.G.N. le Roy
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
