ECLI:NL:RBSGR:2012:BY6240
Rechtbank 's-Gravenhage · 14-12-2012 · zaaknummer Awb 12 / 11683
Inhoudsindicatie
risico op vervolging gegrond op omstandigheden die eiser zelf na zijn vertrek uit Iran heeft veroorzaakt. C2/2.6 van de Vc 2000 Art. 5, derde lid, Definitierichtlijn niet geïmplementeerd. Herhaalde aanvraag. Eiser heeft nog steeds niet aannemelijk gemaakt dat hij een oprechte bekering tot het christendom heeft doorgemaakt. Dit laat echter onverlet de Iraanse autoriteiten van mening kunnen zijn dat eiser een afvallige van de islam is. De situatie van Iraanse burgers die de islam, meer in het bijzonder het sjiisme, de rug hebben toegekeerd en die zich hebben bekeerd tot een ander geloof, is zorgelijk te noemen. Uit het ambtsbericht van 27 augustus 2012 met betrekking tot de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, blijkt dat het in Iran niet is toegestaan om van godsdienst te veranderen of het geloof (de rechtbank verstaat: de islam) op te geven en dat meldingen van arrestaties, hinder, intimidatie en discriminatie vanwege godsdienstige overtuigingen in de verslagperiode bleven aanhouden. Op geloofsafval staat volgens de sharia de doodstraf. Hoewel er geen berichten zijn dat in de verslagperiode voor geloofsafval of evangelisatie de doodstraf ten uitvoer is gebracht, wordt geloofsafval blijkens de voorbeelden in het ambtsbericht wel actief bestraft met langdurige gevangenisstraf. Blijkens het door eiser ingebrachte stuk dat hiervoor onder o. genoemd is, gelden er bij de interpretatie van de sharia geen vaste regels en is zelfs sprake van willekeur. De rechtbank merkt op dat eiser en zijn gemachtigde zich in Nederland bovenmatig hebben ingespannen om de persoon en de achtergrond van eiser onder de aandacht van de Iraanse autoriteiten te krijgen, ten einde zo bescherming af te dwingen. Wat ook zij van deze handelwijze, in zijn beleid heeft verweerder voor dergelijke gevallen geen voorbehoud gemaakt. De rechtbank wijst in dit verband op paragraaf C2/2.6 van de Vreemdelingencirculaire 2000. Ten overvloede geldt nog dat de wetgever de bepaling van artikel 5, derde lid, van de Definitierichtlijn niet heeft geïmplementeerd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
