ECLI:NL:RBSGR:2012:BY6164
Rechtbank 's-Gravenhage · 31-10-2012 · zaaknummer AWB 11/33709 (beroep), AWB 11/33710 (voorlopige voorziening)
Inhoudsindicatie
Herhaalde aanvraag, procesbelang, PKK, 3 EVRM, ambtsberichten 14 september 2010 en 3 februari 2012 en CAT-uitspraak van 11 november 2010 zijn nova. Eiser heeft een beroep gedaan op artikel 3 van het EVRM. Eiser komt vanwege de - in rechte vaststaande - toepasselijkheid van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag in beginsel niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning op de b-grond van artikel 29 van de Vw 2000. Eiser heeft desondanks belang bij de beoordeling van artikel 3 van het EVRM. Indien artikel 3 van het EVRM zich duurzaam verzet tegen uitzetting van de vreemdeling naar het land van herkomst en het blijvend onthouden van een verblijfsvergunning disproportioneel is, komt de vreemdeling in aanmerking voor een verblijfsvergunning regulier. Eiser heeft dan ook belang bij de vaststelling of, en zo ja per wanneer, er sprake is van een reëel risico op schending van artikel 3 van het EVRM in verband met mogelijke toekomstige aanspraken op een dergelijke vergunning. Het belang ligt tevens in de omstandigheid dat eiser bij vaststelling van een dreigende schending van artikel 3 van het EVRM in het land van herkomst, niet naar zijn land van herkomst hoeft te vertrekken. Indien niet wordt vastgesteld of artikel 3 van het EVRM zal worden geschonden, dient eiser Nederland te verlaten, bij gebreke waarvan hij de Vw 2000 overtreedt. Eiser heeft onder meer een beroep gedaan op de algemene ambtsberichten van de Minister van Buitenlandse Zaken inzake Turkije van 14 september 2010 en 3 februari 2012 en op een uitspraak van het Committee Against Torture (CAT) van 11 november 2010 (CAT/C/45/D/349/2008) in een vergelijkbare zaak. Verweerder heeft niet betwist dat eiser nog steeds actief wordt gezocht in verband met vermeende activiteiten voor de PKK. Uit de door eiser aangehaalde stukken blijkt dat de situatie voor personen in een dergelijke positie is verslechterd ten opzichte van de situatie zoals die bestond ten tijde van het eerdere besluit van 23 mei 2008. De hiervoor aangehaalde passages uit de ambtsberichten van 2010 en 2012 waren in de eerdere ambtsberichten niet opgenomen. De uitspraak van het CAT geeft hetzelfde beeld als de ambtsberichten. Gelet op de inhoud van voornoemde stukken is ook niet op voorhand uitgesloten dat deze stukken kunnen afdoen aan het eerdere besluit. De stukken zijn dan ook als nova aan te merken. Bevestiging in hoger beroep, 91 lid 2 Vw 2000, ABRS nr. 201210925/1/V1, 17-06-2013.
Advocaten
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
