ECLI:NL:RBSGR:2012:BY4989
Rechtbank 's-Gravenhage · 16-10-2012 · zaaknummer 12/13307, 12/16616, 12/13306, 12/16607
Inhoudsindicatie
In het besluit op bezwaar van 20 april 2012 inzake de ongewenstverklaring heeft verweerder overwogen dat is gebleken dat verzoeker niet rechtmatig in Nederland verblijft en dat verzoeker Nederland uit eigen beweging dient te verlaten en dat deze kennisgeving een terugkeerbesluit is in de zin van artikel 62a, tweede lid, Vw. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dit terugkeerbesluit, in het licht van het terugkeerbesluit van 24 november 2011, ten overvloede genomen en roept geen nieuwe rechtsgevolgen in het leven. Daarbij komt dat op 20 april 2012 de reeds in het besluit van 24 november 2011 gestelde vertrektermijn van vier weken was verstreken, zodat geen sprake is van een verkorting van die termijn. Ook in zoverre is de mededeling van 20 april 2012 dus niet op rechtsgevolg gericht. Nu het terugkeerbesluit van 24 november 2011 met een vertrektermijn van 28 dagen als uitgangspunt heeft te gelden, is het inreisverbod ten onrechte gegeven op grond van artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder a, Vw. Er is geen sprake van een situatie waarin de vreemdeling Nederland op grond van artikel 62, tweede lid, Vw onmiddellijk diende te verlaten. Reeds hierom komt het besluit van 20 april 2012 voor vernietiging in aanmerking. Daarenboven is, zoals verzoeker terecht heeft betoogd en door verweerder ter zitting is toegegeven, het inreisverbod ten onrechte uitgevaardigd voor een termijn van 10 jaren. Immers, artikel 6.5a, vijfde lid, sub b, Vreemdelingenbesluit (Vb) bepaalt dat de duur van een inreisverbod ten hoogste tien jaar bedraagt, indien het een vreemdeling betreft die een ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde of de openbare veiligheid. Deze ernstige bedreiging kan onder meer blijken uit een veroordeling tot een vrijheidsstraf wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van meer dan zes jaren is bedreigd. Daarvan is in dit geval geen sprake, nu verzoeker is veroordeeld voor een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren is bedreigd. Reeds omdat het besluit van 20 april 2012 inzake het bezwaarschrift ongewenstverklaring zal worden vernietigd voor zover het de uitvaardiging van het inreisverbod betreft en het besluit in primo tot ongewenstverklaring van 15 december 2011, uitgereikt 4 januari 2012, ongedaan is gemaakt bij besluit van 20 april 2012, kan het besluit van 20 april 2012 tot niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift verblijfsvergunning niet in stand blijven. De motivering voor de niet-ontvankelijkverklaring is immers gelegen in de uitvaardiging van het inreisverbod waarna geen rechtmatig verblijf kan ontstaan.
Rechters
Advocaten
- M.J.A. Leijen
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
