Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2012:BY4927

Rechtbank 's-Gravenhage · 10-09-2012 · zaaknummer AWB 12/26571 & AWB 12/26568

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening Aan eiser moet worden toegegeven dat de redenen die verweerder ter zitting heeft gegeven van de tijdens de eerstelijnscontrole bij de ambtenaar belast met grensbewaking, gerezen twijfel uit het proces-verbaal van bevindingen van 11 augustus 2012 niet blijkt. In die omstandigheid ziet de rechtbank echter geen grond voor het oordeel dat de verrichtte tweedelijnscontrole onrechtmatig is. Immers, uit artikel 7 van de Schengengrenscode blijkt niet dat een tweedelijnscontrole eerst mag worden verricht als is vastgesteld dat een eerstelijnscontrole daartoe aanleiding geeft. Wel schrijft het vijfde lid van artikel 7 van de Schengengrenscode voor dat onderdanen van een derde land die aan een grondige tweedelijnscontrole worden onderworpen, op de hoogte worden gebracht van het doel en het verloop van deze controle. In het voormelde proces-verbaal is gerelateerd dat ten aanzien van eiser aan die voorwaarde is voldaan. De stelling van eiser dat in zijn geval de uitkomst van de tweedelijnscontrole niet bij de beoordeling van de toegangsweigering mag worden betrokken, volgt de voorzieningenrechter dan ook niet. Vovo afgewezen Vrijheidsontneming De rechtbank overweegt dat blijkens het door verweerder gevoerde beleid, neergelegd in C15/5 Vc, eerst na ontvangst van de zienswijze op het uitgebrachte Dublinvoornemen wordt beslist of er een Dublinclaim wordt gelegd. Eiser heeft op 15 augustus 2012 een asielaanvraag ingediend waarna op 19 augustus 2012, derhalve op de vijfde dag van de algemene asielprocedure, het voornemen is uitgebracht. Blijkens voormeld beleid moet onder die omstandigheden een zienswijze op het voornemen uiterlijk op de zesde dag, zijnde 20 augustus 2012 worden ingediend. Gelet op het voorgaande is een periode van zeven dagen tussen het verstrijken van de termijn voor indiening van een zienswijze en de feitelijke indiening van het overnameverzoek bij de Franse autoriteiten niet zodanig lang dat op grond daarvan de maatregel onrechtmatig is geworden wegens onvoldoende voortvarend handelen. Geen aanleiding voor het oordeel, dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel in strijd is met de Vw dan wel dat de voortduring daarvan bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is. Ongegrond

Rechters

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.