Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2012:BY4140

Rechtbank 's-Gravenhage · 20-11-2012 · zaaknummer AWB 12-34225

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

coa Verzoeker behoort niet tot 1 van de categorieën vreemdelingen die recht hebben op opvang, geen bijzondere omstandigheden, vovo afgewezen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder verzoeker op goede gronden heeft uitgesloten van verstrekkingen, gelet op het bepaalde in artikel 4, tweede lid, van de Rva en vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling; zie onder meer nr. 201003630/1/V1, nr. 200906855/1/V1, JV 2008/178 en JV 2002/295). Verzoeker behoort niet tot één van de categorieën vreemdelingen die recht hebben op opvang zoals genoemd in artikel 1, aanhef en onder d, juncto artikel 3, tweede en derde lid, Rva. De grond treft geen doel. De medische omstandigheden zoals die thans zijn gesteld door verzoeker, zijn geen zeer bijzondere omstandigheden die nopen tot het verlenen van opvang door verweerder. Van zodanige feiten of omstandigheden is, gelet op de jurisprudentie van de Afdeling, slechts sprake in gevallen waarin het achterwege laten van opvang leidt tot een levensbedreigende situatie, invaliditeit of een andere vorm van ernstige geestelijke en/of lichamelijke schade (onder meer de uitspraak van 19 oktober 2006, JV 2006, 446). De voorzieningenrechter overweegt dat de IND weliswaar aanleiding heeft gezien om verzoeker, ondanks dat deze gelet op de ongewenstverklaring geen rechtmatig verblijf kan hebben, niettemin te verwijzen naar de verlengde asielprocedure, kennelijk (mede) in verband met het door verzoeker geuite verzoek om opheffing van die ongewenstverklaring, maar dat dit op zichzelf genomen onvoldoende is om te kunnen spreken van een zeer bijzondere omstandigheid die noopt tot het verlenen van opvang door verweerder. Verweerders gemachtigde heeft hierover ter zitting verklaard dat de ongewenstverklaring mogelijk wordt opgeheven, te weten in het geval dat blijkt dat artikel 3 EVRM zich duurzaam verzet tegen uitzetting en het blijvend onthouden van een verblijfsvergunning als disproportioneel moet worden aangemerkt. De voorzieningenrechter is van oordeel dat van zeer bijzondere omstandigheden die nopen tot het verlenen van opvang door verweerder COA niet is gebleken nu, ondanks dat gemachtigde ter zitting heeft aangegeven dat medische informatie begint los te komen, door verzoeker geen onderbouwing is gegeven van de door hem gestelde medische omstandigheden. Uit de door verzoeker overgelegde informatie blijkt immers weliswaar van gezondheidsklachten, maar niet dat hij daarvoor thans medisch wordt behandeld. Dat dat in het verleden wel het geval is geweest, maakt dit niet anders. Niet is immers gebleken van een geval waarin het achterwege laten van opvang thans leidt tot een levensbedreigende situatie, invaliditeit of een andere vorm van ernstige geestelijke en/of lichamelijke schade.

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.