Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2012:BY2938

Rechtbank 's-Gravenhage · 13-11-2012 · zaaknummer Awb 12 / 34857

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

In het onderhavige geval, zo is onweersproken, heeft eiser bij het gehoor voorafgaand aan zijn inbewaringstelling melding gemaakt van een aan hem gerichte brief van de Cubaanse consul omtrent de mogelijkheid voor hem om terug te keren naar Cuba, welke brief hij alstoen ook bij zich had. Bij brief van 12 november 2012 heeft verweerder een afschrift van deze brief van de consul, gedateerd 20 april 2012, overgelegd. De Rb. constateert dat de inhoud van deze brief voor zover hier relevant identiek is aan de relevante inhoud van de brief als geciteerd in voormelde uitspraak van de Afdeling. Aldus kan worden aangenomen dat ook eiser een “Emigrant Status” in de hier bedoelde zin heeft. Verweerder heeft gesteld dat, ondanks het vorenstaande, sprake is van zicht op uitzetting van eiser. Ter nadere onderbouwing heeft verweerder aangevoerd dat op korte termijn een nieuwe consul-generaal aantreedt en dat alsdan voor eiser een verzoek tot dispensatie van de verplichting een inreisvisum te hebben zal worden ingediend bij de Cubaanse vertegenwoordiging. De Rb. ziet zonder nadere toelichting, welke ontbreekt, niet in waarom het gegeven dat op korte termijn een nieuwe consul aantreedt van betekenis is voor de vraag of sprake is van zicht op uitzetting van eiser. Dit geldt te meer nu aannemelijk lijkt dat de inhoud van de brief van de consul rechtstreeks voortvloeit uit Cubaanse wet- en regelgeving, zodat de consul voor wat betreft de beslissing tot verstrekking van een vervangend reisdocument aan eiser geen beslisruimte toekomt. Verweerder heeft in dit verband voorts gesteld dat, zoals ook valt op te maken uit berichten in de media, een versoepeling van de Cubaanse immigratiewetgeving op komst is. Verweerder heeft echter niet, ook niet bij benadering, aangegeven wanneer deze versoepelde wetgeving in werking zal treden en evenmin duidelijk gemaakt dat deze versoepeling ook op eiser van toepassing zal zijn. Deze stelling van verweerder maakt daarom niet dat kan worden aangenomen dat zicht op uitzetting van eiser aanwezig is. Overigens is in dit geval niet gebleken dat verweerder naar aanleiding van de door eiser overgelegde brief van de Cubaanse consul contact heeft gezocht met de Cubaanse vertegenwoordiging, zodat in dit geval geen nadere informatie van de Cubaanse vertegenwoordiging betreffende het zicht op uitzetting van eiser beschikbaar is. Gelet op het voorgaande is de Rb. van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom in het geval van eiser van zicht op uitzetting naar Cuba kan worden uitgegaan. Dat eiser als gevolg van de door hem ingediende asielaanvraag niet wordt uitgezet totdat op deze aanvraag is beslist, zoals verweerder ter zitting in dit verband nog heeft gesteld, maakt dat niet anders.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.