ECLI:NL:RBSGR:2012:BY0245
Rechtbank 's-Gravenhage · 12-09-2012 · zaaknummer AWB 12/979
Inhoudsindicatie
De rechtbank overweegt dat uit artikel 7:10, derde lid, van de Awb volgt dat een bestuursorgaan de beslistermijn voor ten hoogste zes weken kan verdagen. Voorts is in artikel 7:13, vierde lid, van de Awb neergelegd dat de Adviescommissie over de in dit artikellid met name genoemde artikelen beslist. Artikel 7:10, derde lid, van de Awb wordt hierbij niet genoemd. De rechtbank leidt uit dit samenstel van bepalingen af dat een verdagingsbeslissing, ook in het geval een Adviescommissie is ingesteld, genomen dient te worden door het bestuursorgaan. Nu de verdagingsbeslissing is genomen door de Adviescommissie en niet door verweerder, zijnde het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, is deze beslissing onbevoegd genomen en niet rechtsgeldig. Uit artikel 7:15, derde lid, van de Awb volgt dat een bestuursorgaan bij beslissing op bezwaar beslist op het verzoek om proceskosten en niet, zoals verweerder in het onderhavige geval heeft gedaan, bij primair besluit.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
