Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX9999

Rechtbank 's-Gravenhage · 13-09-2012 · zaaknummer AWB 11 / 22568

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Asiel; 1(F); beroep op 3 EVRM; beroep op 8 EVRM Eiser verblijft meer dan tien jaar in Nederland en door verweerder wordt aangenomen dat artikel 3 EVRM zich duurzaam tegen zijn uitzetting verzet. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling (onder meer de uitspraak van 10 augustus 2011, 201012044/1/V1) volgt dat aan het criterium 'duurzaam' volgens paragraaf C4/3.11.3.4 Vc een termijn van tien jaren is verbonden. Nu de beoordeling van de proportionaliteit van het blijvend onthouden van een verblijfsvergunning eerst plaatsvindt nadat is vastgesteld dat aan dat criterium is voldaan en die beoordeling derhalve een zelfstandige betekenis heeft, kan niet worden geoordeeld dat aan een vreemdeling na tien jaren verblijf met een uitzettingsbeletsel zonder meer een verblijfsvergunning moet worden verleend. Eiser stelt dat verweerder ten onrechte de proportionaliteit van zijn situatie heeft beoordeeld in het licht van de situatie van anderen, op wie eveneens artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag van toepassing is verklaard en ten aanzien van wie een uitzettingsbeletsel bestaat. Ook dit betoog volgt de rechtbank niet. Het beleid als weergegeven in paragraaf C4/3.11.3.4 Vc vormt uitzonderingsbeleid, dat uitsluitend bedoeld is voor personen op wie artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag van toepassing is verklaard en ten aanzien van wie een uitzettingsbeletsel bestaat op grond van artikel 3 EVRM en heeft daarom betrekking op een relatief kleine groep vreemdelingen. Dat verweerder bij de beoordeling van de proportionaliteit de situatie van de betrokken vreemdeling afzet tegen die van andere personen uit deze relatief kleine groep, acht de rechtbank daarbij niet onredelijk. Tenslotte stelt eiser zich op het standpunt dat ontoereikend is gemotiveerd dat artikel 8 EVRM geen rol kan spelen in onderhavige procedure. De rechtbank is van oordeel dat deze grond terecht is voorgedragen. Verweerder heeft zich, gelet op de uitspraak van de Afdeling van 5 december 2011 (201008053/1/V2, www.raadvanstate.nl), in het bestreden besluit ten onrechte op het standpunt gesteld dat de toets aan artikel 8 EVRM buiten het beoordelingskader van onderhavige procedure valt, hetgeen de gemachtigde van verweerder ter zitting heeft erkend. Gelet hierop zal het beroep gegrond worden verklaard en het bestreden besluit worden vernietigd. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat aanleiding om de rechtsgevolgen van het te vernietigen besluit in stand te laten, omdat verweerder de door eiser in het licht van artikel 8 EVRM aangevoerde omstandigheden en belangen wel heeft betrokken bij de beoordeling of het blijvend onthouden van een verblijfstitel aan eiser disproportioneel is.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.