Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX8692

Rechtbank 's-Gravenhage · 21-09-2012 · zaaknummer 425555 / KG ZA 12-892

Civiel recht; Personen- en familierechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Kort geding. De man (woonachtig in Nederland) vordert in kort geding de teruggeleiding en afgifte van de minderjarige aan hem. De vrouw (woonachtig op Curaçao) heeft de minderjarige volgens de man na de vakantieregeling in augustus 2012 onrechtmatig achtergehouden op Curaçao. De man stelt dat in de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba is bepaald dat de minderjarige de hoofdverblijfplaats heeft bij de man. De minderjarige staat ook in Nederland ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie in Nederland en op de internationale school. De man baseert zijn vordering op het Haags Kinderbeschermingsverdrag en op de Verordening Brussel IIbis. De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd ten aanzien van de vordering van de man. Het Haags Kinderontvoeringsverdrag (HKOV) is niet van toepassing aangezien Curaçao niet is aangesloten bij dit verdrag. Ook naar analogie is de Nederlandse rechter niet bevoegdop grond van het HKOV. De bevoegdheid kan evenmin door de Nederlandse rechter worden ontleend (naar analogie) aan de Uitvoeringswet, nu deze wet alleen van toepassing is op gevallen van kinderontvoering naar Nederland. Ten aanzien van Brussel IIbis oordeelt de voorzieningenrechter dat Curaçao de status heeft van Landen en Gebieden Overzee en dat deze gebieden geen deel uitmaken van het grondgebied van de Europese Unie en dus niet vallen onder Europees recht. Brussel IIbis is dan ook niet van toepassing. Bovendien ziet Brussel IIbis op de bevoegdheid om ten gronde te beslissen. Het Haags Kindereschermingsverdrag (HKBV) is in beginsel van toepassing, nu zowel Nederland als Curaçao verbonden zijn met dit verdrag. Het toepassingsgebied van het HKBV ziet echter op 'ouderlijke verantwoordelijkheid' en teruggeleiding valt hier niet onder. De te treffen maatregelen brengen immers op zichzelf geen verandering in het ouderlijk gezag met zich mee, maar zijn uitsluitend gericht op de terugkeer van het kind naar het land van waaruit het ontvoerd is. Tot slot is ook op grond van artikel 9 Rv de Nederlandse rechter niet bevoegd op de vordering van de man te beslissen. Het is niet onaanvaardbaar van de man te vergen dat hij de zaak op Curaçao aan het oordeel van de rechter onderwerpt. Gesteld noch gebleken is dat de man zijn vordering niet op Curaçao kan indienen bij de rechtbank.

Rechters

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.