Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX7751

Rechtbank 's-Gravenhage · 11-09-2012 · zaaknummer 11-34641

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Ten tijde van het bestreden besluit had de Nederlandse wetgever de Terugkeerrichtlijn nog niet in de nationale wetgeving geïmplementeerd, terwijl de omzettingstermijn hiervoor, gelet op het bepaalde in artikel 20 van de Terugkeerrichtlijn, reeds op 24 december 2010 was verstreken. Hieruit volgt dat verweerder ten tijde van het bestreden besluit gehouden was uitvoering te geven aan de Terugkeerrichtlijn. In de uitspraak van 21 maart 2011 (LJN: BP9281) heeft de Afdeling geoordeeld - en de rechtbank sluit zich hierbij aan - dat in een meeromvattende beschikking de door de Terugkeerrichtlijn vereiste administratieve vaststelling is vervat, dat het verblijf van de derdelander onrechtmatig is of wordt en dat er een terugkeerverplichting is. Nu het thans bestreden besluit een meeromvattende beschikking betreft en dit besluit is genomen op het moment dat verweerder reeds uitvoering diende te geven aan de Terugkeerrichtlijn, is daarin naar het oordeel van de rechtbank tevens een terugkeerbesluit vervat. Verweerder heeft derhalve in het bestreden besluit het recht van de Unie ten uitvoer gebracht en de zaak valt daarmee binnen de materiële werkingssfeer van het Handvest. Gelet op de brief van de kerk en de overige zich in het dossier bevindende stukken bestaan in het onderhavige geval geen aanknopingspunten voor het oordeel dat eiser over een eigen vermogen, dan wel over zodanige inkomsten beschikt, dat hij in staat moet worden geacht het verschuldigde griffierecht te kunnen voldoen. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de verplichting tot het betalen van griffierecht een wezenlijke inbreuk vormt op het recht op toegang tot de rechter. Dat het in casu, anders dan in voormelde uitspraak van de Afdeling, niet om een belastend besluit gaat, doet daar niet aan af, nu uit die uitspraak niet kan worden afgeleid en naar het oordeel van de rechtbank ook niet valt in te zien dat aan die omstandigheid een doorslaggevend belang moet worden toegekend. Redelijkerwijs kan derhalve niet worden geoordeeld dat eiser in verzuim is geweest vanwege het niet betalen van griffierecht. (…). Indien de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk zou verklaren wegens het niet voldoen van het verschuldigde griffierecht zou daarmee, naar het oordeel van de rechtbank, voortsin strijd worden gehandeld met het op grond van artikel 13 EVRM geldende recht op een effectief rechtsmiddel bij een nationale instantie tegen een gestelde schending van het EVRM. (…). Concluderend is de rechtbank van oordeel dat verweerder het algemeen belang zwaarder heeft kunnen laten wegen dan het belang van eiser en zijn zoon om het gezinsleven in Nederland te kunnen uitoefenen en het belang van eisers zoon om zijn privéleven met eiser in Nederland te kunnen uitoefenen. Verweerder heeft hierin derhalve geen aanleiding hoeven zien om eiser vrij te stellen van het mvv-vereiste.

Advocaten

  • F.P. van Straelen

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.