ECLI:NL:RBSGR:2012:BX6041
Rechtbank 's-Gravenhage · 18-07-2012 · zaaknummer 423655 / HA RK 12-400 Wrakingnummer 2012/46
Inhoudsindicatie
Verzoek tot wraking van rechter-commissaris in strafzaken. Tijdens de behandeling vsn de strafzaak tegen verzoeker is de zaak teruggewezen naar de rechter-commisaris, onder meer om getuige [X] als getuige te horen. Tijdens diens getuigenverhoor heeft de getuige mondeling een wrakingsverzoek ingediend. Nadat de wrakingskamer had uitgesproken dat de getuige niet in zijn verzoek kon worden ontvangen (zie LJN BX6038), heeft de rechter-commissaris het verhoor van de getuige voortgezet. De raadsman van verzoeker, aanwezig bij dat verhoor, heeft vervolgens namens verzoeker onderhavig verzoek ingediend. Verzoeker heeft allereerst aan het verzoek ten grondslag gelegd dat de rechter-commissaris een onjuiste, onwelgevallige en onbegrijpelijke beslissing heeft genomen die ertoe heeft geleid dat bij verzoeker de vrees voor vooringenomenheid van de rechter-commissaris is ontstaan door getuige [X] het integrale verschoningsrecht, dat een verdachte toekomt, te ontzeggen. Volgens verzoeker heeft de rechter-commissaris met deze beslissing in feite al prijsgegeven dat zij er kennelijk vanuit gaat dat [X] de dader niet is, ondanks de terugwijzing door de rechtbank vanwege de mogelijk belastende verklaring van verzoeker, waarmee de rechtbank volgens verzoeker te kennen heeft gegeven dat er sterke aanwijzingen in de richting van [X] bestaan. De tweede grondslag van het verzoek is daarin gelegen, dat de rechter-commissaris met haar beslissing is vooruitgelopen op de bewijsbeslissing, hetgeen een eindbeslissing is. De wrakingskamer wijst het verzoek af. De rechter-commissaris heeft kennelijk, niet onbegrijpelijk, geoordeeld dat [X] geen verdachte is in het strafrechtelijke onderzoek waarin verzoeker de verdachte is, en hem, [X], daarom geen integraal verschoningsrecht toegekend. De tweede grondslag van het wrakingsverzoek, het gestelde vooruitlopen op een te nemen eindbeslissing in de hoofdzaak, treft evenmin doel. Aan haar beslissing omtrent het al dan niet toekennen van een integraal verschoningsrecht aan [X] heeft de rechter-commissaris kennelijk haar juridische opvatting aangaande artikel 219 van het Wetboek van Strafvordering ten grondslag gelegd. Daarmee heeft zij op geen enkele wijze een waardering gegeven van de waarschijnlijkheid van welk mogelijk scenario dan ook. Van enig vooruitlopen op een bewijsbeslissing is geen sprake.
Advocaten
- G.P. van Ham
- K.M. Braun
- R. Elkerbout
- R.D.A. van Boom
- S.F.J. Smeets
- T.N.M. Kamps
- Y.J. Wijnnobel-van Erp
Officier van justitie
- T.N.M. Kamps
officier van justitie
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
