Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX5887

Rechtbank 's-Gravenhage · 27-08-2012 · zaaknummer AWB 12/25635 en AWB 12/25638

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Eiser heeft de vraag opgeworpen of het gehoor, voorafgaande aan de oplegging van het terugkeerbesluit deel uitmaakt van het terugkeerbesluit. De Rb. beantwoordt deze vraag ontkennend. Eiser is vóór het opleggen van het besluit gehoord, waarbij hij is geïnformeerd over het hem op te leggen terugkeerbesluit. In het terugkeerbesluit is vermeld dat uit het gehoor niet is gebleken dat afgezien zou moeten worden van het opleggen van dit besluit. Deze procedure is in overeenstemming met het voorschrift van art. 4:8 Awb in het kader van de voorbereiding van het besluit. Hiermee voldoet het terugkeerbesluit aan de hiervoor geldende eisen. Het gehoor van eiser is aan te merken als een onderdeel van de voorbereiding van het bestreden besluit en maakt hiervan geen deel uit. Eiser is niet ter zitting verschenen. Gelet op de tekst van art. 94, lid 2 Vw heeft de Rb. een onderzoek naar de afwezigheid van eiser ingesteld. In dat kader heeft de Rb. een door eiser ondertekende verklaring ontvangen dat hij niet wenst te verschijnen voor de zitting van de Rb.. De gemachtigde van eiser heeft gesteld dat eiser de Nederlandse taal niet beheerst en dat van de persoon in wiens bijzijn de verklaring is afgelegd alleen de voornaam is opgenomen, zodat die niet naar behoren kan worden geïdentificeerd. Voorts acht de gemachtigde van eiser de verklaring onvoldoende omdat eiser slechts verklaart niet te wensen te verschijnen, waar de jurisprudentie het over het niet gehoord wensen te worden heeft. De Rb. stelt vast dat de gemachtigde van eiser er niet aan twijfelt dat de verklaring door eiser is getekend en overweegt dat een verklaring als deze vormvrij is. Het is dan ook niet noodzakelijk dat op de verklaring wordt vermeld dat deze in aanwezigheid van een getuige is getekend en dat deze getuige nader te identificeren is. Voorts is de enkele stelling van de gemachtigde van eiser dat eiser de Nederlandse taal niet machtig is, onvoldoende om uit te gaan van de onjuistheid van de verklaring. Anders dan de gemachtigde betoogt, is de Rb. niet van oordeel dat de verklaring niet aan de vereisten voldoet, nu daarop slechts het voor de Rb. verschijnen is vermeld en niet het horen door de Rb.. Beide situaties zijn zodanig met elkaar verweven dat met de verklaring van eiser voldoende duidelijk is dat hij niet wenst te worden gehoord. De Rb. volgt de stelling van eiser dat de formulering exacter zou moeten in deze tijd van telehoren niet. Op grond hiervan heeft de Rb. het onderzoek mogen voortzetten en mag zij uitspraak doen zonder dat eiser ter zitting is gehoord.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.