Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX4418

Rechtbank 's-Gravenhage · 04-06-2012 · zaaknummer AWB 11/3353 WAV

Bestuursrecht; Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

WAV / werknemer in de zin van het EU-recht / Turkse werkgever / beroep op standstillebepaling Associatieovereenkomst EEG-Turkije Ten aanzien van de vreemdeling van Bulgaarse nationaliteit is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat hij als werknemer in de zin van artikel 39 van het EG-Verdrag, thans artikel 45 van het VWEU kan worden aangemerkt. Er is onvoldoende gebleken dat sprake was van een gezagsverhouding, nu aan hem enkel is gevraagd in de keuken te helpen en niet is gebleken dat de beloning daarvoor – bestaande uit eten en drinken – afhankelijk was van het goed vervullen van de opdracht. Daar komt bij dat de omvang van de verrichte werkzaamheden naar het oordeel van de rechtbank gering van aard is, ook als wordt aangenomen dat de vreemdeling twee uur en drie kwartier in het restaurant heeft geholpen. Niet kan worden gezegd dat de werkzaamheden een louter marginale en bijkomstige omvang te boven gaan. Eiser heeft aangevoerd dat hij kwalificeert als Turkse zelfstandige en dus als normadressaat een beroep op de standstill-bepaling uit artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol kan doen, o.m. onder verwijzing naar een uitspraak van de Afdeling van 2 februari 2011 (LJN: BP2822). De verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling slaagt naar het oordeel van de rechtbank niet. In de zaak die bij de Afdeling voorlag ging het om dienstverrichters van Turkse afkomst, die een opdracht vervulden voor een Nederlandse opdrachtgever. Dat is een andere situatie dan de onderhavige. Voor eisers recht op vrijheid van vestiging is het niet noodzakelijk dat hij twv-plichtige werknemers in dienst neemt. Het is voor hem immers ook mogelijk om niet twv-plichtige werknemers in dienst te nemen. Het niet kunnen inhuren van twv-plichtige werknemers zonder voor hen over een twv te beschikken beperkt hem niet in zijn vrijheid van vestiging in Nederland. Daar komt bij dat Turkse onderdanen op grond van artikel 59 van het Aanvullend Protocol niet gunstiger mogen worden behandeld dan onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie (EU) en dat ook een onderdaan van een lidstaat van de EU die als werkgever in Nederland optreedt over een twv dient te beschikken als hij een twv-plichtige werknemer in dienst neemt. De betogen dat het werkgeversbegrip sinds 1 januari 1973 is uitgebreid en dat de verhoging van de boetes sinds 1 januari 2006 een nieuwe, ontoelaatbare beperking vormen slagen tot slot evenmin.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.