Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2322

Rechtbank 's-Gravenhage · 29-06-2012 · zaaknummer AWB 12/4057

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 12 april 2012, (JV 2012, 247) is de rechtbank van oordeel dat de enkele omstandigheid dat thans tussen verweerder en AgNL is overeengekomen dat een niet volledig, conform de paragrafen B5/7.3.3 en B5/7.3.4 van de Vc 2000, onderbouwd plan niet ter toetsing zal worden voorgelegd aan AgNL, geen aanleiding geeft voor het oordeel dat sprake is van een wijziging in ongunstige zin. Uit de bovenweergegeven passage uit de brief van 4 november 2011 volgt immers dat alleen een volledig onderbouwd plan kan leiden tot een positief advies, terwijl voorheen bij onvoldoende onderbouwde ondernemingsplannen altijd een negatief advies volgde. Niet in te zien valt dus dat een beoordeling door AgNL tot een andere uitkomst zou leiden dan die volgt uit het niet ter advisering voorleggen van een dergelijke aanvraag. De vraag wanneer een aanvraag wordt voorgelegd ter advisering lost zich vervolgens op in de vraag wanneer een aanvraag conform het beleid is onderbouwd. De rechtbank volgt verweerder in het standpunt dat ook Turkse vreemdelingen op grond van het beleid een ondernemingsplan moeten overleggen en dat indien in een land van herkomst een onderneming is gedreven, daarvan de akte van oprichting en statuten moeten worden overgelegd, terwijl de andere in het beleid genoemde stukken ook in andere gevallen moeten worden overgelegd. De rechtbank deelt het standpunt dat een falende zelfstandige ondernemer die een beroep moet doen op het sociale vangnet een negatieve invloed heeft op de markteconomie, zodat het ondernemingsplan inzicht dient te bieden in de levensvatbaarheid van de onderneming. De levensvatbaarheid van een onderneming is zowel afhankelijk van de persoon van de ondernemer, de markt waarin hij zich begeeft als van de juridische en financiële positie van de onderneming. Dit in aanmerking genomen acht de rechtbank de in het beleid (voor zover op Turkse zelfstandigen van toepassing) genoemde stukken relevant voor de beoordeling of de betreffende activiteit in een behoefte voorziet en geen negatieve invloed heeft op de markteconomie of de werkgelegenheidssituatie en kan het overleggen van deze stukken van een Turkse vreemdeling worden verlangd. Hieruit volgt dat het beleid zoals ten tijde van belang weergegeven in paragraaf B5/7.3 van de Vc 2000 in abstracto niet in strijd is met de standstill-bepaling. In dit concrete geval heeft verweerder het beleid ook juist toegepast.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.