ECLI:NL:RBSGR:2012:BX0217
Rechtbank 's-Gravenhage · 17-04-2012 · zaaknummer AWB 09/28447
Inhoudsindicatie
Ongewenstverklaring, 1(F) Vluchtelingenverdrag, personal and knowing participation, bewijsmiddelen Eiser is ongewenst verklaard op grond van een veroordeling in Engeland tot vier jaar gevangenisstraf wegens het plegen van een aanslag met een brandbom op de Türkish bank en samenzwering tot brandstichting van een kantoorgebouw van een grote Turkse onderneming op 14 april 1995. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht concludeert dat de aan eiser tegengeworpen handelingen zijn aan te merken als terroristische activiteiten zoals omschreven in verschillende internationaalrechtelijke bepalingen. Terroristische activiteiten kunnen nimmer als politiek worden aangemerkt en plegers of ondersteuners van dergelijke activiteiten moeten worden uitgesloten van de bescherming die het Vluchtelingenverdrag biedt. Hoewel het vonnis van de Engelse rechter niet beschikbaar is, komt rechtbank tot beslissing: niet in geschil is dat eiser is veroordeeld voor de genoemde handelingen, eiser destijds niet in hoger beroep gegaan tegen het vonnis, zijn gemachtigde heeft daarover geen nadere uitleg kunnen geven. Bovendien blijkt voldoende uit de door verweerder overgelegde mediaberichten voor welke feiten eiser is veroordeeld. Eiser heeft de inhoud van deze mediaberichten niet bestreden. Ook heeft eiser in het nader gehoor zelf verklaard over zijn veroordeling en de grondslag daarvoor. Er is sprake van personal en knowing participation nu eiser is veroordeeld als (mede)pleger van de betreffende misdrijven. Eisers stelling dat hij het niet eens is met het vonnis en dat hij ten onrechte is veroordeeld, is op geen enkele wijze nader onderbouwd. Nu eiser zelf kennis heeft kunnen nemen van het vonnis en de bewijsmiddelen die de rechter hebben doen overtuigen, heeft eiser voldoende concrete aanknopingspunten gehad om de bestrijding van zijn betrokkenheid concreet inhoud te geven. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om niet uit te gaan van het dictum van het vonnis van de Engelse rechter dat niet in geschil is.
Advocaten
- D. Gürses
- G.M.H. Hoogvliet
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
