Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2012:BW9631

Rechtbank 's-Gravenhage · 21-06-2012 · zaaknummer AWB 11/37941 en AWB 11/37942

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Op grond van de tegenstrijdigheden in de verklaringen tussen eiser en referente heeft verweerder terecht geconcludeerd dat de feitelijke gezinsband tussen eiser en referente onvoldoende aannemelijk is gemaakt. Op grond hiervan heeft verweerder niet zonder meer kunnen concluderen dat de feitelijke gezinsband tussen referente en haar biologische kinderen evenmin aannemelijk is gemaakt. De Rb. stelt vast dat verweerder thans de biologische band tussen de kinderen en referente als vaststaand beschouwd. In navolging van de uitspraak van 2 december 2011 van de Rb. ’s-Hertogenbosch overweegt de Rb. dat verweerders beleid zoals neergelegd in paragraaf C12/6 van de Vc, over het onderzoek naar de gezinsband tussen ouders en biologische kinderen, in samenhang met het beleid zoals neergelegd in paragraaf C2/6 van de Vc, over het feitelijk behoren tot het gezin, niet anders kan worden begrepen dan dat bij biologische kinderen het bestaan van een feitelijke gezinsband wordt aangenomen en dat dit pas anders is als de gezinsband als verbroken wordt beschouwd. Indien verweerder betwijfelt dat het om biologische kinderen gaat - hetgeen in het onderhavige geval kennelijk niet (meer) aan de orde is - zullen eisers in geval van bewijsnood gewezen moeten worden op de mogelijkheid van een DNA-onderzoek. De Rb. stelt vast dat verweerder (evenals in het geval van de uitspraak van 2 december 2011) geen enkele overweging heeft gewijd aan de biologische minderjarige kinderen van referente op wie de aanvraag evenzeer ziet. Voor zover de kinderen gelet op hun jonge leeftijd niet zelfstandige gehoord hadden kunnen worden, neemt dat niet weg dat verweerder had moeten motiveren dat en waarom ook ten aanzien van hen het bestaan van een feitelijke gezinsband in het land van herkomst niet aannemelijk wordt geacht. Dit geldt te meer nu verweerder niet heeft gesteld dat de feitelijke gezinsband tussen referente en de kinderen is verbroken, zoals bedoeld in paragraaf C2/6 van de Vc. Verweerder moet alsnog horen in bezwaar. Beroep gegrond.

Rechters

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.