ECLI:NL:RBSGR:2012:BW8700
Rechtbank 's-Gravenhage · 20-04-2012 · zaaknummer AWB 11/24194
Inhoudsindicatie
Trefwoorden: intrekking verblijfsvergunning, onjuiste gegevens, bewijslast Samenvatting: De rechtbank stelt voorop dat de bewijslast bij besluiten als de onderhavige bij verweerder berust. Verweerder heeft miskend dat het op de weg van verweerder ligt om te onderbouwen dat sprake is geweest van een gefingeerd dienstverband en heeft ten onrechte aangenomen dat het op de weg van eiser ligt om het tegendeel aannemelijk te maken. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich, gelet op de door eiser overgelegde stukken en zijn verklaringen, niet zonder nader onderzoek op het standpunt heeft kunnen stellen dat sprake is geweest van een gefingeerd dienstverband tussen de ex-partner en het schoonmaakbedrijf. Zo staat vast dat door het schoonmaakbedrijf periodiek (loon)betalingen aan de ex-partner van eiser zijn gedaan. De door eiser ingediende stukken hadden voor verweerder aanleiding moeten zijn om zelf onderzoek te doen bij (met name) het schoonmaakbedrijf, aangezien deze stukken de indruk wekken dat sprake is geweest van een reëel dienstverband.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
