Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2012:BW8622

Rechtbank 's-Gravenhage · 31-05-2012 · zaaknummer AWB 12 / 2269 & 11 / 32246

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Dublin, Italië Geen nova, Afdeling geeft geen onjuiste uitleg aan artikel 20, eerste lid, aanhef en onder e van de verordening, geen motiveringsgebrek verweerder, ten aanzien overdracht geen feiten en omstandigheden aangevoerd. De voorzieningenrechter is van oordeel dat uit het bestreden besluit -anders dan door verzoeker betoogd- niet volgt dat verweerder slechts uit gaat van één voorwaarde, dat sprake moet zijn van een bindende beslissing met schorsende werking. In het bestreden besluit heeft verweerder immers onderkend dat, voor de toepassing van artikel 20, eerste lid, aanhef en onder e, verordening, in nationale wetgeving moet zijn voorzien in de mogelijkheid dat een internationaal gerecht een beslissing tot schorsende werking neemt. Hierbij heeft verweerder onder verwijzing naar een uitspraak van de meervoudige kamer van de rechtbank ’s-Gravenhage van 22 december 2010 (Awb 10/19763) overwogen dat uit voornoemde bepaling van de verordening niet volgt dat enkel uitspraken van nationale gerechten schorsende werking kunnen hebben. Verweerder heeft voorts, onder verwijzing naar artikel 34 van het EVRM en artikel 93 van de Grondwet, overwogen dat hiermee in de nationale wetgeving is voorzien in de mogelijkheid dat een internationaal gerecht een beslissing tot schorsende werking neemt. Op dit punt is dan ook geen sprake van een motiveringsgebrek. Voor zover verzoeker heeft betoogd dat in de Afdelingsuitspraak ten onrechte wordt aangenomen dat de schorsende werking volgt uit artikel 8 Vw, nu het rechtmatig verblijf ingevolge artikel 8 Vw juist een gevolg is van de schorsende werking van de interim measure ingevolge artikel 34 EVRM, is de voorzieningenrechter van oordeel dat blijkens rechtsoverweging 2.2.5 van de Afdelingsuitspraak, de interim measure in de nationale rechtsorde doorwerkt, in die zin dat een vreemdeling rechtmatig verblijf heeft. Hiermee heeft de Afdeling dan ook niet betoogd dat de schorsende werking rechtstreeks voortvloeit uit artikel 8 Vw, maar dat vanwege de doorwerking van artikel 34 EVRM in de nationale rechtsorde, de nationale wetgeving geacht moet worden te voorzien in de mogelijkheid dat een interim measure opschortende werking heeft. Het standpunt dat de Afdeling een onjuiste uitleg heeft gegeven aan artikel 20, eerste lid, aanhef en onder e, verordening, volgt de voorzieningenrechter dan ook niet. De voorzieningenrechter is voorts van oordeel dat nu uit de Afdelingsuitspraak van 22 februari 2012 volgt dat, gelet op de doorwerking van het EVRM in de nationale rechtsorde, aan een interim measure ingevolge nationale wetgeving schorsende werking toekomt, uit dit oordeel mede volgt dat deze schorsende werking aan de interim measure toekomt, ongeacht de vraag of het verzoek om een dergelijke maatregel naar nationaal recht is aan te merken als een besluit op bezwaar of beroep. De voorzieningenrechter vindt steun voor deze uitleg in de Afdelingsuitspraak voor zover hierin is overwogen dat de nationale wetgeving “geacht moet worden te voorzien in de mogelijkheid dat een interim measure opschortende werking heeft”. Het voorgaande leidt ertoe dat, nu de termijn voor overdracht aan Italië, vanwege de opschortende werking van de interim measure nog niet is verstreken, verweerder terecht verzoekers aanvraag op grond van artikel 4:6 Awb heeft afgewezen onder verwijzing naar het besluit in de eerste asielprocedure, waarin is geoordeeld dat Italië verantwoordelijk moet worden geacht voor de inhoudelijke behandeling van verzoekers asielaanvraag. De gronden van het verzoek, voor zover deze de inhoudelijke beoordeling van de asielaanvraag betreffen, zullen dan ook onbesproken blijven. Nu ten aanzien van de overdracht aan Italië als zodanig geen feiten en omstandigheden zijn aangevoerd, zal dit eveneens buiten de beoordeling worden gelaten.

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.