ECLI:NL:RBSGR:2012:BW6140
Rechtbank 's-Gravenhage · 24-04-2012 · zaaknummer AWB 10/44233
Inhoudsindicatie
In het kader van het besluit tot handhaving van eisers ongewenstverklaring, zo begrijpt de Rb., doet eiser in de eerste plaats een beroep op de artikelen 6, 7 en 13 van besluit nr. 1/80 van de Associatieraad EEG-Turkije van 19 september 1980 betreffende de ontwikkeling van de Associatie (hierna: besluit nr. 1/80). Naar het oordeel van de Rb. kan eiser geen geslaagd beroep doen op art. 6 van het besluit 1/80. Uit de overgelegde stukken blijkt volgens verweerder dat eiser in het verleden voor diverse werkgevers heeft gewerkt, voor kortdurende perioden, korter dan één jaar. De Rb. stelt vast dat eiser het tegendeel niet met objectieve bewijsstukken heeft onderbouwd, zodat eiser geen rechten kan ontlenen aan art. 6 van het besluit 1/80. Naar het oordeel van de Rb. kan eiser evenmin een geslaagd beroep doen op art. 7 van besluit nr. 1/80. De Rb. is van oordeel dat slechts een geslaagd beroep kan worden gedaan op art. 7 van besluit nr. 1/80 indien referente, op het moment dat eiser toestemming kreeg zich in 1996 bij haar te voegen, een tot de legale arbeidsmarkt van Nederland behorende werknemer was. Nu niet is aangetoond dat aan deze voorwaarde wordt voldaan, komt de Rb. niet meer toe aan de beoordeling van verweerders argument inhoudende dat eiseres de Nederlandse nationaliteit heeft en dat (ook) daarom geen geslaagd beroep kan worden gedaan op artikel 7 van besluit nr. 1/80. De Rb. stelt vast dat art. 13 van besluit nr. 1/80 nieuwe beperkingen verbiedt van de uitoefening van het vrije verkeer van werknemers, met inbegrip van beperkingen betreffende de materiële en/of procedurele voorwaarden inzake de eerste toelating tot het grondgebied van deze lidstaat van Turkse staatsburgers die voornemens zijn aldaar van deze vrijheid gebruik te maken. Nu eiser al meerdere jaren in Nederland woonachtig is zonder dat hij blijk heeft gegeven van enig voornemen om gebruik te maken van het vrije verkeer van werknemers, laat staan van een feitelijke invulling daarvan, komt zijn in de brief van 2 februari 2012 naar voren gebrachte standpunt dat eiser nimmer heeft gesteld dat hij nooit meer in loondienst wenst te werken geen betekenis toe. Dit betekent dat eiser geen geslaagd beroep kan doen op art. 13 van besluit nr. 1/80. Het feit dat eiser geen rechten kan ontlenen aan het besluit 1/80 betekent dat verweerder is uitgegaan van het juiste toetsingskader ten aanzien van eisers ongewenstverklaring.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
