ECLI:NL:RBSGR:2012:BW4280
Rechtbank 's-Gravenhage · 17-04-2012 · zaaknummer Awb 11/40135
Inhoudsindicatie
Eiser heeft de Somalische nationaliteit en is afkomstig uit de provincie Hiraan in Somalië. Door eiser is aangevoerd dat het WBV 2011/13 niet in overeenstemming is met het arrest van het EHRM van 28 juni 2011 in de zaken Sufi en Elmi tegen het VK, nrs. 8319/07 en 11449/07. De Rb. is van oordeel dat het WBV 2011/13 een voor eiser relevante wijziging van het recht is. Naar het oordeel van de Rb. blijkt uit het arrest van het EHRM dat het EHRM voor de beantwoording van de vraag of de vreemdeling recente ervaring met het leven in Somalië heeft, doorslaggevend acht of de vreemdeling ervaring heeft met het leven onder Al-Shabaab en daarom in staat is “to play the game”, zodat hij kan voorkomen in de aandacht van Al-Shabaab te komen. De omstandigheid dat volgens het beleid voor de beantwoording van de vraag of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt, dat hij niet in staat kan worden geacht zich te handhaven onder de regels van Al-Shabaab, niet alleen van betekenis is of de vreemdeling al dan niet recentelijk is vertrokken uit Somalië maar ook of de vreemdeling ervaring heeft met het leven onder Al-Shabaab, leidt daarom niet tot het oordeel dat in het WBV een onjuiste invulling is gegeven aan het arrest van het EHRM. De Rb. is voorts van oordeel dat, indien de vreemdeling afkomstig is uit Centraal- en Zuid- Somalië en aan hem geen vestigingsalternatief wordt tegengeworpen, het volgens het EHRM aan de vreemdeling is om aannemelijk te maken dat hij geen recente ervaring heeft met het leven in Somalië. Dat in het beleid is opgenomen dat de bewijslast omtrent het zich kunnen handhaven onder de regels van Al-Shabaab op eiser rust, sluit naar het oordeel van de Rb. dus eveneens aan bij het arrest. Nu niet in geschil is dat eiser ervaring heeft met het leven onder de regels van Al-Shabaab, heeft verweerder zich naar het oordeel van de Rb. op het standpunt kunnen stellen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zich niet zou kunnen handhaven onder de regels van Al-Shabaab, zodat hij bij terugkeer geen risico loopt op een behandeling in strijd met art. 3 EVRM. De stukken die eiser heeft ingeroepen ter onderbouwing van zijn betoog dat in de provincie Hiraan sprake is van een situatie als bedoeld in art. 15c van de Definitierichtlijn, kunnen naar het oordeel van de Rb. niet als nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden aangemerkt.
Advocaten
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
