Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2012:BW4190

Rechtbank 's-Gravenhage · 23-04-2012 · zaaknummer 09-5385

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De Rb. is van oordeel dat nu de uitkomst van de contra-expertise de door eiser gestelde herkomst niet eenduidig bevestigt, reeds daarom de twijfel over de door hem gestelde herkomst niet is weggenomen met het rapport contra-expertise. Immers, de contra-expert heeft aangegeven dat eiser ‘most probably’ (meest waarschijnlijk) ‘was socialized’ (was gesocialiseerd) in Zuid-Somalië, hetgeen geen bevestiging van de gestelde herkomst inhoudt. Daarbij neemt de Rb. in aanmerking dat uit de conclusie zelf noch uit de onderbouwingen hiervan, blijkt dat de contra-expert bedoeld heeft met de hoogst mogelijke zekerheidsgraad de gestelde herkomst van eiser te bevestigen. De Rb. wijst daarbij op de gebuikte formuleringen als ‘most probably’ en ’I think’ en ‘I assume’. Overigens is door eiser niet betwist de stelling van verweerder dat ook deskundigen die door de Taalstudio zijn ingeschakeld en die naar aanleiding van een onder verantwoordelijkheid van het BLT uitgevoerde taalanalyse een contra-expertise hebben uitgebracht, wel conclusies hebben getrokken met een hogere zekerheidsgraad dan ‘most probably’. Eisers verwijzing naar de uitspraak van deze Rb., nevenzittingsplaats Amsterdam van 5 december 2011 (LJN: BU9224), waarin is overwogen dat niet van een vreemdeling kan worden gevraagd een contra-expertise te overleggen die zijn afkomst zonder enige twijfel bevestigt, maakt het voorgaande niet anders, reeds omdat - zoals overwogen – niet gebleken is dat de contra-expert bedoeld heeft de herkomst van eiser eenduidig te bevestigen. Nu de contra-expert de gestelde herkomst van eiser niet eenduidig bevestigt, is de Rb. van oordeel dat eiser geen concrete aanknopingspunten heeft geboden om te twijfelen aan de juistheid van de conclusies van het rapport taalanalyse van 23 januari 2008. De Rb. is, gelet op de inhoud van het door verweerder overgelegde memo van BLT, waaruit volgt dat een zogenoemde crosscheck (tweede analyse door een andere taalanalist) is gedaan door taalanalist SOM13, in samenhang bezien met de reeds besproken conclusies van BLT en de contra-expert van de Taalstudio, van oordeel dat voorts geen grond bestaat voor het oordeel dat verweerder zich onvoldoende heeft vergewist van de deskundigheid van SOM 10 en verweerder zich onder verwijzing naar het rapport taalanalyse deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiser zijn gestelde herkomst uit Zuid Somalië niet aannemelijk heeft gemaakt en zijn asielrelaas daarom ongeloofwaardig is, waardoor eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel op grond van art. 29 Vw.

Advocaten

  • R.C. van Keeken
  • U. Koopmans

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.